Giant Sand, Heartbreak Pass

Giant Sand, Heartbreak PassVan een loom wiegen doordesemd, begeeft de muziek van Howe Gelb zich altijd naar de rand. Daar waar de aandacht overgaat in de kloof van vergetelheid. Eerlijk? Ik vind de muziek die zijn veel te vroeg overleden vriend Rainer Ptacek maakte van een andere, betere orde. Daarmee is niet gezegd dat Gelb een prutser is. Ramp (1991) betekende mijn kennismaking met de band van de man uit Tuscon, Arizona. Het is nog altijd een mooie plaat, vind ik. Een enkel soloalbum en zelfs The Band of Blacky Rachette volgden. Maar hoe groot ook mijn waardering, nooit stal hij mijn hart. Wél heb ik grote achting voor wat hij deed met de laatste opnamen (The Farm, 2002) die hij met Rainer Ptacek maakte. Net voor diens dood. Hij werkte ze af toen Ptacek al was overleden en schreef er een prachtig in memoriam bij. Ooit Ptacek met dat door tumor door elkaar gehusseld brein The Farm horen zingen? Met die zin voor zijn dochter.

Lily I love you, don’t know how I ever.
Got by without you.
Never going to leave here.
you’re not going to change that.

Heartbreak Pass is een typische Howe Gelb plaat. Dat wat mompelende zingen, die bijna achteloze voordracht en zanderige, zondoordrenkte liedjes, zo kennen we de man die Carice van Houten hielp bij het maken van See You On The Ice (2012). Het is dan ook geen verrassing dat de zeer Europees georiënteerde Gelb in Man On A String zowel Ilse Delange als JB Meijers laat opdraven. In de andere liedjes horen we dan weer Maggie Björklund, Grant Lee Philips, John Parish, Steve Shelley (Sonic Youth) en Jason Lytl (Granddaddy). Samen met al deze gasten heeft Gelb van Heartbreak Past een mooi en stemmig album gemaakt. Voor mij té mooi en té stemmig. De jazz die Gelb aan zijn typische woestijnamericana heeft toegevoegd, geeft de muziek wat waterigs. Maar als u zonder dat u deze zin tot het eind toe hoeft te lezen, weet dat er om de albums van Giant Sand te tellen inmiddels zo’n zes handen nodig zijn, zult u hier ongetwijfeld anders over denken. (New West Records)

Wim Boluijt Auteur