|
Het was in het rampjaar 1953 dat ik - gelukkig zonder waterhoofd - uit de buik van mijn moeder kroop. Deze bijzondere gebeurtenis vond plaats in de Haagse Moerwijk. Dat muziek emotie oproept, merkte ik op 8 jarige leeftijd, toen ik geconfronteerd werd met het onsterfelijke liedje “Non Je Regrette Rien” in de uitvoering van “la môme Piaf” (de kleine mus). Met de komst van de koffer pick up begon ik pas echt te leven. Mijn vader kocht goedkope singeltjes van 75 cent (obscure Duitse label Favorit) en ‘wereld-nummers’ als “Apache”, “Sucu Sucu”, “Pigalle” en “Itsy Bitsy Teenie Weenie Honolulu Strand Bikini” werden grijs gedraaid. Mijn oudere zussen raakten in de ban van The Beatles, The Stones, The Kinks en The Motions. Hun singletjes opende voor mij een nieuwe muzikale wereld. Ik kon niet achter blijven en vroeg aan Sinterklaas om de Beatles-single “She Loves You”. Ach, de Sint vond de tijd nog niet rijp voor deze revolutionaire single. Ik werd getrakteerd op de melige single “Dierkundeles” van het Cocktail Trio. Ik ben deze emotionele klap maar ternauwernood te boven gekomen.
Mijn eerste LP was “A Days Futured Passed” van The Moody Blues. Prachtig georkestreerde muziek waar ik nog graag naar luister. Ik had in die tijd niet veel geld om uit te geven. Bij de platenzaak Caprilux lagen meterslange rijen met goedkope cut-out-LP’s. Ik heb er uren lang lopen graaien op zoek naar het ultieme zwarte goud. Bij de vrienden van mijn voetbalclub stond ik bekend als de man/vrek met de grootste collectie 4,95 platen. De transister-radio werd later mijn grote vriend. Het Veronica-programma van Tineke wees mij op het bestaan van ene Van Morrison. De ‘jazzy’ LP “Hard Nose The Highway” werd gedraaid en ik was meteen verkocht. Het nummer “Wild Children” was voor mij het hoogtepunt. Van Morrison werd mijn grote held.
De komst van de cassetterecorder was ook een revolutie. Geleende platen kon ik nu goedkoop vastleggen als mede radiomuziekprogramma’s van Hubert Van Hoof, Jan Donkers en Stoffer & Bentz. Op het Christelijk Lyceum te Voorburg hadden wij leuke schoolfeesten met bands als Livin Blues, CCC Inc. en Sandy Coast. Live-muziek dat was het helemaal. In de sporthal De Vliegermolen zag ik geweldige optredens (o.a. van Focus) en in het jongerencentrum De Lindehoeve te Voorschoten (waar ik een tijd heb gewoond) was er ook altijd wat te doen. Maar ik was maar een groentje vergeleken bij Peter Calicher (van Gruppo Sportivo) die in de derde klas van de HBS achter mij zat. Hij had wilde verhalen over een mysterieus optreden van Pink Floyd (toen nog niet doorgebroken) met een psychedelische lichtshow. Op 15 jarige leeftijd had ik mijn eerste grote concert in Amsterdam. Het was een nacht-concert van John Mayal (in de tijd van de LP The Turning Point) in het Orkestgebouw. Tsjonge, wat een ervaring was dat! Voor het concert waren wij nog naar de cult-film “Easy Rider” geweest.
Zelf muziek maken is mij nooit echt gelukt. Ik had wellicht een carrière als mondharpist kunnen maken, maar mijn natuurkundeleraar kon niet zo goed tegen dit geluid. Nadat hij tijdens de les de mondharp van mij had afgepikt, was het over met mijn aspiraties. Mijn vader had een eenvoudige philicorda (orgeltje), waarop ik af en toe wat pielde, maar de enige die het soms mooi vond klinken, was mijn persoontje. Ach, ieder zijn gave, maar ik ben knap jaloers op die getalenteerde mensen, die na een halve minuut elk willekeurig instrument kunnen bespelen. Een van de leukste instrumenten vind ik de accordeon. Ik had er ooit bijna een in Louisiana gekocht. Op een Cajun-festival was een stand van een accordeonbouwer met prachtig zelfgemaakte cajun-accordeons. Ik vond het net een te duur cadeautje voor mijzelf.
Eind jaren ’70 begon ik met het verzamelen van LP’s. In eerste instantie was dat gericht op het kopen van psychedelische albums uit de 60/70er jaren, blues en soul. In het vreemde platenzaakje van Jan Arons aan de Haagse Mient heb ik veel gekocht, maar ik ging ook graag met een aantal voetbalmaten naar Amsterdam (RAF, Boudisque en Concerto). Vooral bij Concerto heb ik veel mooie soulalbums kunnen scoren. Soulmuziek is wellicht mijn favoriete muziekgenre. De emotie in deze muziek ligt zo dichtbij, waardoor je snel geraakt bent door die mooie stemmen. Absolute helden zijn James Carr, Al Green, Ray Charles, Marvin Gaye, Arthur Alexander, Swamp Dogg, Ann Peebles en O.V.Wright. Maar er zijn ook blanken die een heerlijke ‘southern feeling’ weten op te roepen zoals Eddie Hinton, Dan Penn, Joe South, Donnie Fritts en Bobby Charles. Oh ja, dan heb je ook nog die heerlijke R & B uit New Orleans. De stad van de aanstekelijke ‘backbeat’ met toppers als Dr John, The Neville Brothers, The Meters en The Subdudes.
Live-muziek werd steeds belangrijker. Ik ging veel naar concerten en legde iedereen op de gevoelige plaat vast. Vooral bluesartiesten die optraden in de Meervaart (Amsterdam) en in Vredenburg (Bluesestafette). Mijn favoriete bluesmuzikanten zijn T-Bone Walker, Snooks Eaglin, Taj Mahal, Percy Mayfield, Slim Harpo en Bobby “Blue” Bland. De laatstgenoemde blueszanger was slechts een keer in Nederland, namelijk op het North Sea Jazz Festival. Maar wat een sof was dat! Bobby had last van zijn keel en kon nauwelijks geluid voortbrengen.
Halverwege de jaren tachtig verschoof mijn interesse naar Jazz. Mijn vader was een grote fan van Dixieland en pianomuziek. De muziek van The Dutch Swing College Band en pianist Erroll Garner klonk derhalve bekend in mijn oren, maar het geknerp van John Coltrane was een totaal nieuwe sensatie. Dankzij het Northsea Jazz Festival raakte ik in de ban van de Jazz. Maar waar te beginnen? Met 200 gulden liep ik naar Jazz Center te Den Haag en gaf de eigenaar Jan van Kranenburg opdracht om voor dat bedrag plaatjes uit te zoeken. Een vreemde ‘move’ die zelfs Jan achter de oren deed krabben. Maar ik ben nog altijd content met de keuze die hij toen heeft gemaakt. Vooral het dubbelalbum “The Dedication Series/Vol.2 – Three Dimensions” van Oliver Nelson vind ik geweldig. Inmiddels jaren later zijn mijn grote helden in de jazz: Charles Mingus, Art Pepper, Horace Silver, Chico Hamilton, Ahmad Jamal en Thelonious Monk.
In 1989 maakte ik met een tiental liefhebbers een georganiseerde muziekreis door de Zuidelijke Staten van Amerika. De muziekstad Austin maakte de meeste indruk. Een levendige, veelzijdige muziekscene met Texas Rock, Blues, Western Swing, Cajun/Zydeco, Tex Mex, Singersongwriters, Polka, Country, Gospel, Wereld Muziek en Jazz. Vanaf dat moment ging ik elk jaar naar Texas met uitstapjes naar de Mississippi Delta en Louisiana. In de laatstgenoemde staat bezocht ik een aantal cajun en zydeco-festivals. Dat zijn heerlijke momenten geweest. Alles wat maar met de muziek van Texas/Austin te maken had wilde ik hebben. In de jaren 90 heb ik vooral op dat terrein muziek gekocht. Mijn grote helden zijn: Doug Sahm, Butch Hancock, Bob Wills, Robert Earl Keen, Tish Honojosa, Terry Allen, Kimmie Rhodes, Willis Alan Ramsey, Santiago Jimenez Jr., Lefty Frizzell en Townes van Zandt. Voorts raakte ik in de ban van de traditionele country. Op platenbeurzen in Texas haalde ik de schade in met albums van Hank Williams, George Jones, Asleep At The Wheel, Johnny Cash, Wynn Stewart etc.
Vanaf 1991 ben ik gaan schrijven over muziek in Country Gazette. Ik vond het leuk om mijn reisimpressies en de liefde voor muziek met de lezer te delen. In de loop der jaren heeft men in Nederland de rijke muziek uit Texas ontdekt. Dankzij Americana-festivals als Take Root en Blue Highways hebben vele artiesten de oversteek gemaakt. In het kleine clubcircuit zijn voorts vele singersongwriters te zien. Kortom, ik ben blij dat er zoveel mooie rootsmuziek in Nederland te zien valt.
Muziek is voor mij vooral emotie en de menselijke stem is wellicht het mooiste instrument. Menig traantje heb ik weggepikt bij concerten van grote zangers als Van Morrison, Al Green, Ray Charles, Thad Cockrell en Milton Nascimento.
Ik ben altijd op zoek naar nieuwe dingen in de muziek. Ik ben dan ook vaak gecharmeerd van muzikanten die iets nieuws brengen. Dat begon eigenlijk met The Band, die een eigen stijl met country, soul, gospel en blues ontwikkelde. Joni Mitchell is ook zo’n dame die avontuurlijke muziek maakt. Grenzen verleggen is een geweldige uitdaging voor muzikanten. Wat is er mooier als je muziek maakt dat in geen enkel hokje is te passen. Denk bijvoorbeeld aan de gitarist Bill Frisell, de singersongwriter Laura Cantrell, de multi-instrumentalist Bela Fleck, de keyboardspeler Joe Zawinul, de groep Ollabelle en de accordeonist Richard Galliano. Dankzij de globalisering is de wereld klein geworden en liggen er unieke kansen voor inventieve kruisbestuivingen. De wereld ligt open voor grensverleggende muziek. Hopelijk kan ik daarvan verslag doen in mijn rubriek Border Affair.
© 1996 J.T.M. Janssen - ALL RIGHTS RESERVED, Last update: Dec 12, 2009
|