Er staat een flinke rij voor de deuren van de zaal waar Spinvis speelt. Dat concert kan ik dus vergeten. Gelukkig is er een leuk alternatief. De Haagse groep Splendid zet de gezellige tent Quatro op stelten met hun opzwepende Caribische klanken. Vrolijke ska met volvette blazers gaat er bij mij altijd in. Hoogtepunt is de uitvoering van het opzwepende en bruisende Rise Up. De Amerikaanse band Loch Lomond maakte mijn hoog gespannen verwachtingen niet waar. Deze groep uit Portland, Oregon - vreemd genoeg genoemd naar het grootste meer qua oppervlakte in Schotland – maakt sfeerrijke orkestrale muziek en hun album Paper The Walls (uit 2007) draai ik regelmatig. Helaas miste ik het brede muzikale spectrum dat te horen is op hun albums. Tijdens hun eerste Europese toer was Loch Lomond aanwezig met een uitgedunde bezetting van drie muzikanten. Normaliter speelt de groep rondom Ritchie Young met zijn zessen. Na een paar nummers hield ik het voor gezien ten faveure van de zoete muziek van Jonathan Wilson. Deze man uit Los Angeles is al jaren actief als muzikant en producer. Hij debuteerde dit jaar pas met een solo-album Gentle Spirit met nostalgisch aandoende Westcoast-pop uit de zeventiger jaren. De laidback muziek van Wilson paste perfect in de statige Koninklijke Schouwburg. Jonathan heeft een geweldige band meegenomen en de lang uitgesponnen nummers klinken geweldig. Hij blijkt een geweldig gitarist te zijn, zoekt naar afwijkende nootjes en vertraagt en versnelt om het extra spannend te maken. Hoogtepunt is het met veel psychedelica omgeven Valley Of The Silver Moon. Jonathan eindigt met het Pink Floyd achtige Desert Raven. Een meer dan 12 minuten durend muziekspektakel, dat veel indruk maakt op het muisstille publiek.
Het optreden van Wye Oak oogt rusteloos en plichtmatig, maar klinkt wel snoeihard. Dit indierock-duo uit Baltimore klinkt als een volle band, dankzij de gitaarklanken met veel noise van Jenn Wasner en de drum-, bas- en orgelpartijen van Andy Stack. Jenn Wasner, gestoken in een rafelige hotpants maakt indruk met haar wendbare, inventieve gitaarspel, maar de vlam slaat niet echt over bij het publiek.
The Low Anthem zorgt voor een koddig begin. Halverwege de song Ghost Woman Blues komen zij er achter dat de microfoon, waar zij om heen staan de verkeerde kant opwijst. Ach, een optreden van deze meerstemmige band uit Rhode Island heeft altijd iets rommeligs, omdat de bandleden praktisch na elk nummer van instrument verwisselen. Het geluid in The Royal is perfect en het publiek geniet van deze mysterieuze folk. Ben Know Miller roept de hulp in van het publiek om een orkest van mobieltjes te creëren. Aan het eind van het wonderschone lied This God Damn House is deze vreemde echoënde soundscape te horen. Dit wonderlijk effect kunt u zelf op You Tube bekijken. Het fraaie optreden wordt in stijl afgesloten met Charlie Darwin, waarbij de groep zich weer genesteld heeft rondom de eerder genoemde microfoon, die nu wel de goede kant opkijkt.
Vrolijke muziek brengt de Schotse band Admiral Fallow op het podium van de gezellige Paradise. Het zestal speelt een mix van folk en pop, die enigszins doet denken aan Dexy Midnight Runners. Frontman Louis Abbott is een gezellige prater en bespeelt het publiek met de nodige humor. Heerlijke melodieuze songs komen voorbij zoals het ontroerende Dead Against Smoking en het lekker stompende Subbuteo. Bij het nummer Four Bulbs stellen de 6 bandleden zich in een rij op om onder leiding van de akoestische gitaar van Louis Abbott een portie harmony singing ten beste te geven. Bij de afsluiter These Barren Years gaat de groep nog even helemaal uit zijn dak met pittige rock. Een leuke vrolijke band om in de gaten te houden.
Het laatste uur van Crossing Border pendel ik een beetje op en neer tussen de optredens van Cake en Patrick Wolf. Met beide acts heb ik niet veel. De Californische band Cake maakte dit jaar een comeback-album Showroom of Compassion. De groep die vooral in de jaren 90 succesvol was, speelde een gedegen set, maar het raakte mij niet echt. De show van de flamboyante Patrick Wolf zat goed in elkaar. Een prachtig decor met een mooie lichtshow. Maar hoe zwoel hij ook naar mij kijkt, zijn op disco en donkere techno-pop gerichte muziek klinkt lekker, maar roept geen enkele emotie bij mij op. Gelukkig gingen zijn fans op de eerste rij wel helemaal uit zijn dak. Als ik zo’n indrukwekkende stem had als Patrick Wolf dan wist ik het wel.
Zo ging Crossing Border toch een beetje als een nachtkaars uit. Hopelijk volgend jaar wel een afsluiter die het Festival eer aandoet.