|
Drie jaar geleden presenteerde de uit Canada afkomstige singer-songwriter Kathleen Edwards, samen gitarist Colin Cripps, haar tweede CD ‘Back To Me’ met een akoestisch optreden in Paradiso, Amsterdam. Edwards heeft daarvan geleerd, zullen we maar zeggen. Dit keer presenteerde ze haar nieuwe CD ‘Asking For Flowers’ met volledige band èn in maarliefst drie verschillende plaatsen in Nederland. Opvallend genoeg niet in Paradiso dus maar wel in de Melkweg in Amsterdam, Vera in Groningen en W2 in Den Bosch. ‘Hell Ye, Den Bosch of all places we went’
In het voorprogramma staat de uit Ottawa afkomstige singer-songwriter Jim Bryson. De Canadees had beter stand-up comedian kunnen worden. In het TV programma ‘Raymann Is Laat’ had hij niet misstaan bijvoorbeeld. Hoewel zijn plaatjes best aardig klinken is hij niet in staat dit live te laten doorklinken. Al grappend en grollend werk hij zich door zijn speeltijd en verbloemd daarmee zijn matig muzikale prestatie. Toch komische en amusant, zeker als opwarmer voor het meer serieuzere werk dat Kathleen Edwards even later laat horen. Edwards laat er dan ook geen misverstand over bestaan, ze trapt af en zet de behoorlijk gevulde W2 zaal meteen naar haar hand. De eerste klanken van deze “leading lady” verraden al meteen dat het een mooie avond gaat worden. Edwards staat daar zelfs waarschijnlijk helemaal niet bij stil, maar wat is deze diva de afgelopen jaren toch enorm gegroeid. De ruige muzikale kanten, op haar onlangs verschenen CD “Asking For Flowers’, zijn een beetje naar de achtergrond verdwenen, maar dat weerhoud Edwards er niet van dit live goed doordacht weer te implementeren. Het oogt allemaal O zo simpel zoals de liedjes van haar recente album de bühne afkomen, maar de waarheid is af te lezen van de op scherp staande en serieuze gezichtsuitdrukkingen van de bandleden. Ook op de manier hoe Edwards contact legt met het publiek is erg fraai en opzienbarend om te zien. Zie ze nog steeds een beetje verlegen, tijdens het Blue Highways Festival vijf jaar geleden, met haar rug naar het publiek staan. Kijk, Akkerman had en heeft daar zijn redenen voor en zal dat waarschijnlijk ook nooit meer afleren, Edwards daarentegen weet inmiddels beter. “seems like everybody is smoking inside, thank God it will soon be over. Fuck it’s about time.”, kwakt ze de zaal maar even in. Als ik het goed begrepen heb tenminste, is het ook niet bepaald Canadees openlijk te bekennen dat je gedroomd hebt sex gehad te hebben met toetsenist en gitarist van de band Jim Bryson. Het onderwerp is populair, Edwards vraagt het publiek, “How do you pronounce in Dutch, sex in the kitchen?” De hilariteit is dan groot en geeft aan dat dit team het naar de zin heeft in W2. Het geluid staat daar overigens ook als een huis. Alle klankkleuren zijn tot achterin de zaal, tot in detail, luid en duidelijk te volgen. De Canadese imponeert als de band achter het decorgordijn verdwijnt en zij haar akoestisch solo moment heeft. De zaal is dan, op een paar gezellie doen lui na dan, Roepaen stil. Het staat in schril contrast met de doorgaans vlotte groove en soms ruige pop rocksongs waarin ze collega’s als Sheryl Crow, Patty Griffin of zelfs een Lucinda Williams naar de kroon steekt. Haar stem is gerijpt in de jaren en blijft in de ruim ander half uur durende show, zonder ook maar een valse noot, moeiteloos overeind. Edwards doet gewoon waar ze goed in is niets meer en niets minder. Met haar eigen muzikale mogelijkheden voegt ze daar waar mogelijk, en uitkomt, de extra live dimensie toe. Kathleen Edward maakt muzikaal en instrumentaal haar status in W2 meer dan waar. De akoestische toegift en nog eens twee stevig dampende rock nummers daaropvolgend geven een fijne blijkt van wederzijds respect van publiek en artiest. Het is in feite een samensmelting van een zeer bijzondere avond die, zoals gezegd, al van ‘kiet af aan’ vast stond.
|