Huub Thomassen

Huub ThomassenZo’n ouwe jaren vijftig radio moet het geweest zijn, die mij naar binnen zoog in de wereld van muziek die toen net was uitgevonden: de rock & roll. Volgens de grote mensen van toen, was dat herrie voor vetkuiven en ander tuig dat voor galg en rad zou opgroeien. Die radio stond in de woonkeuken, waar ik als derde kind- naar later bleek in een rij van negen- de meeste tijd doorbracht. Zéker er was een woonkamer, maar die bleek als bestemming uitsluitend de jaarlijkse ontvangst van de pastoor te hebben. Borrel, sigaar… aangeboden als dank voor meneer pastoors’ succesvolle credo voor nog meer kinderen aan de keukentafel.

Ik weet zeker dat Elvis het was die mij, medio jaren vijftig, muzikaal ontmaagde. Ik vond zijn nooit eerder gehoorde nummertjes tot in elke porie zeer opwindend. Was aan zijn eerste portie singles al gelijk verslaafd. Behalve Elvis, waren daar ook niet veel later, Roy Orbinson, Jerry Lee Lewis, Little Richard, Gene Vincent, Eddy Cochran, Buddy Holly, Everly Brothers en juist…het is onbegonnen werk volledig te zijn. Toch nog heel even: zelfs de (mier)zoete lichting, waar Ricky Nelson, Cliff Richard, Fabian, Bobby Vee en Brian Hyland toe behoorden, ging er in als koek. ‘Tijd Voor Teenagers’ (later radio Luxemburg) was hét radioprogramma. Tijdens uitzendingen zat ik met mijn héle kop in de radio. Niet vanwege de onzuivere ontvangst, maar omdat ik volledig door die muziek werd gegrepen. In ging zelfs naar motorcrosswedstrijden, alleen al vanwege de plaatjes die ik daar kon horen. En ook de huisschilder was bij mij een hitwonder, want die floot perfecte rock & roll deuntjes van vooral Johnny and the Hurricanes. Het liedje dat mij uit die tijd het meest is bijgebleven? Sheila van Tommy Roe. Ik ging als een dubbeltje zo plat voor dat liedje. Veel later kreeg ik in de gaten dat het wel erg sterk op een Buddy Holly aanpak leek. Maar de ‘van top tot teen’ herinnering aan dat liedje is er vandaag de dag nog altijd.

Groot feest was het thuis toen, begin jaren zestig, een Philips pick-up met dekselspeaker door Sinterklaas was binnen gereden. Niet meer afhankelijk van alléén de radio, wel méér van broers en zussen over wat er gedraaid zou worden. Werd het een single van de Beatles met Love Me Do of het Cocktail Trio met Batje Vier? Brede smaak bij mij thuis? Welnee, mijn moeder stapte geregeld op de fiets naar de platenboer in de buurt en kocht dan blind de laatste toptien hits. Dat was heel mooi van haar. Tientallen singels kwamen zo in huis die, een jaar of wat later, sneuvelden door mijn tante. Die had ze te leen gekregen en tijdens de autorit op de hoedenplank gelegd, terwijl de zon fel had geschenen. Sindsdien weet ik dat vinyl helemaal niet tegen zon kan. En ik niet meer tegen mijn tante. In die tijd woonde ik tegenover een café annex friettent waar aan de gevel een toetermodel luidspreker was gemonteerd. De jukeboxmuziek die eruit kwam, ging tot laat in de avond de straat over. Ouderlijke aanmoedigingen op tijd in bed te liggen waren nooit nodig. Want wat wil je: met The Hippy, Hippy Shake, The Locomotion of The Twist, was het lekker dansen tussen de lakens.

Later, ik had er amper geld voor, ging ik zelf muziek kopen. Het elpeetijdperk brak aan. Eerste plaat: Out Of Our Heads van de Rolling Stones. Zij kregen toen zonder twijfel de voorkeur boven de Beatles. De Rolling Stones keken namelijk vuiger en speelden ruiger. Blues, (neder) beat, rock, soul, folk (rock), psychedelische muziek en veel later country (rock) vind ik -met alle mogelijke mengstijlen- nog steeds geweldig. En zo is het na tientallen jaren, dat deze liefhebberij een platen- en cd verzameling heeft opgeleverd die me nog steeds heel dierbaar is. De laatste vijftien jaren ben ik me meer gaan toeleggen op Americana. Vooral het radioprogramma ‘Op Slag Van Maandag’ en wat later ‘Sunday Morning Coming Down’, van respectievelijk Hubert van Hoof en Jan Donkers, zijn aan deze belangstelling debet geweest. Het radioprogramma 'Amerikaan Connection' van Ruud Hermans is leuk, maar kan nog niet tippen aan van van Hoof en Donkers.

Sinds een dikke dertien jaar maak ik deel uit van een zes man tellende luistergroep. Die club van gelijkgestemden komt maandelijks bijeen om de laatste CD aanwinsten van een ieder te beluisteren en van kritisch commentaar te voorzien. Met een aantal van deze maten heb ik een keer of vier door het zuiden van de USA gereisd. Het moet gezegd: in Austin, Texas is misschien wel het meest te vinden, aangaande Americana. Hoewel wat van haar glans verloren, blijft Austin’s  jaarlijkse ‘South By South West’ festival, een geweldige ervaring om mee te maken. Maar ook Memphis, New Orleans, San Francisco, de oneindige Highways, de woestijnen, nationale parken en wat al niet meer. Het laat zoveel indruk achter dat ik van dat alles maar niet genoeg kan krijgen.

Wat muziek voor mij betekent? Vind ik moeilijk te zeggen. Misschien dat muziek mij een beetje bij elkaar houdt: je kan er op dansen (tijdje geleden) je kan er op vrijen (niet zo lang geleden) je kan er op mijmeren (tijdenlang) en het geeft ontroering (heel vaak). Maar ook zomaar als prettige verpozing tijdens autoritten en nou ja, ga zelf maar na.

Tenslotte voor de liefhebbers: ik ben van 1948; werk een leven lang in de zorg; ben zo’n 34 jaar getrouwd met Coby; heb twee dochters en drie kleinkinderen. Dat trio kleinkinderen is de afgelopen jaren misschien wel een nog grotere passie geworden, dan de muziek. Wanneer zulks gebeurt, moet je van zeer goede huize komen. Laat dat met dat ukkentrio nou net het geval zijn.

© 1996 J.T.M. Janssen - ALL RIGHTS RESERVED, Last update: Dec 12, 2009