|
Geheel zonder enige beïnvloeding van vrienden of familie, maar wel dank zij de in de jaren vijftig almachtige Radio Luxemburg kwam ik op mijn dertiende in contact met de toen zeer populaire dixielandmuziek. Mijn eerste single was dat bizarre nummer Ice cream van de Chris Barber Jazzband. Deze Jazzband had een bijzondere gitarist/banjoïst in de gelederen, Lonnie Donegan, die ervoor zorgde dat ik mijn eerste folkinvloeden opdeed, hij speelde op innemende manier met weinig kunstgrepen en op vaak zelfgemaakte instrumenten Rock Island line en noemde zijn muziek Skiffle Music, een soort mengelmoes van jazz en folk. Op dat moment deed ik er niet veel mee, ik was eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in jazz, waar mijn smaak evolueerde richting ‘moderne jazz’. Mijn eerste LP kocht ik van mijn via vakantiewerk bijeengespaarde centjes in 1961, The Modern Jazz Quartet, European Concert volume 1. Een heel bedrag, 15 gulden 90 cent! Ik evolueerde door en kwam terecht bij Miles Davis, Gerry Mulligan, Sonny Rollins, John Coltrane en vooral Thelonious Monk. De platenverzameling groeide in hoog tempo, vooral nadat ik ontdekte dat je in de USA voor een (omgerekend) bedrag van ongeveer drie gulden LP’s kon bestellen bij platenmaatschappijen. De kunst was om een zending van ca. 20 LP’s zonder bijkomende kosten langs de belastingdienst te loodsen. Ik ben ermee gestopt nadat een bestelling nooit aankwam (de boot die mijn aangename nieuwste aanwinsten hierwaarts zou brengen had tijdens een zware storm een substantieel deel van zijn lading aan de zee moeten overdragen, waaronder dus mijn bestelling).
De liefde voor jazz (en blues) is altijd gebleven, maar ik haakte af toen de free jazz (begonnen door Ornette Coleman in 1959) te veel invloed kreeg, zo eind jaren 60.
Naast de jazz had ik altijd wel een open oor en oog gehad voor populaire muziek, de top40-muziek van die tijd. Rock ’n roll en R&B (Chuck Berry) waren zulke interessante stromingen, maar ook de Beatles en verwanten (Mersey Beat) deden me wat. Ik kocht in die jaren 60 de eerste drie LP’s van de Beatles (in MONO-vorm!) en ook de eerste LP van de Stones.
Mijn aandacht voor singer-songwriters ontstond nadat ik in 1968 in de merkwaardige platenzaak van Jan Arons aan de Mient in Den Haag (recensie-exemplaren en tweedehandsspul) een LP van Eric Andersen hoorde, Avalanche. Ik wist niet wat ik hoorde, dit was adembenemend en kocht ogenblikkelijk de LP en tevens (op aanraden van Arons) de LP Circle Game van Tom Rush. Een nieuwe wereld opende zich en ik ging mijn aandacht hierop richten. Dus luisterde ik veel naar LP’s bij Arons en andere platenzaken, waardoor een veelvoud van nieuwe namen mijn hersenpan binnenstroomde. Tom Paxton, Gordon Lightfoot, Kris Kristofferson, Jerry Jeff Walker, John Prine, Guy Clark, Mickey Newbury, Chip Taylor, Ian and Sylvia, Gram Parsons, Emmylou Harris, Poco, Pure Prairie League, The Byrds en Flaco Jimenez waren de verplichte aanschaffen in het begin van de jaren 70 en daarna. Er waren er uiteraard veel meer, te veel om op te noemen.
Een tiental jaren later was een en ander uitgekristalliseerd en had ik een rijtje favorieten te pakken, waarvan ik trouw iedere nieuwe LP kocht: Dat waren met name Lightfoot, Kristofferson, Taylor, Newbury, Emmylou Harris en John Stewart.
De wet van het voortschrijdend inzicht werkte ook voor mij, dus kwamen er in de jaren 80 en 90 diverse favorieten bij, zoals (vooral) Kate Wolf, Nanci Griffith, Leonard Cohen, Willie Nelson, Tish Hinojosa, Tom Russell. In de nieuwe eeuw kwamen daar Eliza Gilkyson, David Olney en Jeff Talmadge bij. Recentelijk zijn Sam Baker en Caroline Herring zeer favoriet. Een droge opsomming, maar het geeft een indruk van mijn voorliefdes. Dat ik daarnaast altijd bezig ben om andere nieuwe goede muziek te ontdekken mag vanzelfsprekend genoemd worden.
In de herfst van 1999 veranderde mijn leven opnieuw in aanzienlijke mate. In de loop van de jaren had ik aardig wat concerten bezocht, te beginnen in de vroege jaren 60 met het American Folk Blues Festival (Houtrusthallen in Den Haag). Ik herinner me levendig optredens van Flaco Jimenez y su conjunto (1984, Vredenburg) en optredens van Emmylou Harris en The Texas Tonadoes later in de jaren 80. Vele jaren heb ik genoten van het Jazzfestival in Breda (Hemelvaart) en het Cajun and Zydecofestival in Raamsdonksveer.
Maar goed, in 1999 zag ik een aankondiging van een concert van Terri Hendrix en Ray Wyley Hubbard met Lloyd Maines in een locatie in mijn woonplaats Den Haag. Ik ging er naar toe, nam het concert (met toestemming van de artiesten) op en een nieuwe hobby was geboren. De organisator van deze akoestische concerten in Den Haag, Joanna Serraris, werd een goede vriendin en sinds die eerste keer heb ik nauwelijks een concert van haar gemist (alleen de keren dat ik naar SXSW in Austin was moest ik – uiteraard – verstek laten gaan). Bij het tweede concert dat ik (in 1999) in mijn woonplaats bijwoonde ontmoette ik Marc Nolis uit Antwerpen, hoofdredacteur van het (toen nog in papieren vorm verschijnende) blad Rootstown Magazine. Eind 2000 werd ik vaste medewerker van het blad en in de ruim negen jaren sindsdien heb ik vele honderden artikelen geschreven, in eerste instantie concertverslagen en CD-recensies. Mijn eerste interview deed ik in juni 2003 met…Eric Andersen! Rootstown werd een ezine (gratis verspreid via e-mail) en in 2006 omgedoopt tot MazzMusikaS.
Heel fantastisch is de mogelijkheid om je favorieten te interviewen. Dus heb ik Tish Hinojosa, Eliza Gilkyson, Jeff Talmadge en Caroline Herring naast vele anderen mogen interviewen. En het ging kriebelen. Ik zou en moest naar Austin, het beloofde land voor alle liefhebbers van Americana. Mijn werk (onderwijs, conrector van een middelbare school) stond mij geen bezoek in het voorjaar toe, dus was ik er voor het eerst eind juli 2001. Bloedheet en weinig opzienbarend. 6th street was niet wat ik ervan verwachtte. Weinig interessante muziek. Onze muzikale ervaringen bleven beperkt tot een open mic avond met gastheer Rusty Wier en een avond in Threadgill’s Riverside met vaste bespeler Don Walser. Leuk, maar niet meer dan dat. Saillant detail: zowel Rusty als Don zijn niet meer onder ons.
Pas in 2005 heb ik voor het eerst SXSW bezocht. Ik had het voor elkaar gekregen om twee weken van school te mogen verzuimen en beleefde dus voor het eerst dit onvoorstelbare grote festival. Het was overweldigend en smaakte naar meer. Dat meer kwam in 2008 en 2009. Hoe vaker je gaat, hoe meer het een gevoel van ‘thuiskomen’ geeft. Volgend jaar ben ik er weer bij. Vanaf heden zal ik bijdragen leveren aan de website van Real Roots Cafe. Ik kijk daar met genoegen naar uit.
My parents weren’t music lovers at all so there was no influence whatsoever from them to determine my musical taste. Neither was there any influence from friends in my early youth. I first came in contact with music through listening to Radio Luxemburg in the late fifties of the 20th century. They (partly) broadcasted in Dutch and displayed a fine selection of contemporary popular music. So I got hooked on traditional jazz, at that time an immensely popular musical trend. When I was 13 years old I bought my first single, a folksy version of the trad jazz standard Ice Cream by Chris Barber’s Jazzband from the UK. In this band played guitarist/banjoist Lonnie Donegan, who was responsable for my first contact concerning folk music. He recorded a nice folk/jazz fusion version of the folk standard Rock Island line, called his music Skiffle Music, and his skiffle group played some weird self designed instruments (among others a ‘washtub bass’). I liked this music but decided that jazz really was my kind of thing, my taste evaluating towards the more modern jazz trends.
I bought my first Long Playing Record in 1961, using my hard earned money doing summer holiday work in dusty offices. This first LP was European Concert volume 1 by The Modern Jazz Quartet. A lot of money for a young boy, 15 Dutch guilders and 90 cents!
My taste evolved on and I bought LPs of Miles Davis, Gerry Mulligan, Sonny Rollins, John Coltrane and (in particular) Thelonious Monk, who was my top favorite then (and still is my top jazz favorite now!). My collection of LPs grew and grew, especially after I found out you could order LPs for little money straight from the record companies in the States. There was an interesting side to this: you had to get your shipment of appr. 20 LPs through customs for no extra charge. I didn’t always succeed there. I stopped ordering after a shipment of some 25 LPs never arrived. Later I read in a paper that the ship carrying my nice package lost part of his shipment to the sea due to a severe storm. My order was amongst the cargo lost.
My love for jazz (and blues) never disappeared, but I stopped buying jazz LPs when free jazz (‘invented’ by Ornette Coleman in 1959) got too much influence in the late sixties.
Next to jazz I always kept an open ear for popular music, listening to the radio. Rock ’n roll and R&B (Chuck Berry) were among my favorite trends, but The Beatles and related Mersey Beat Bands turned me on as well. I bought the first three Beatles LPs (in MONO) and The first Stones LP too.
The first time I heard a singer-songwriter was when I visited my favorite record shop in 1968. They played Avalanche by folksinger Eric Andersen over the speakers in the shop. I was devastated and immediately bought the LP, together with The Circle Game by another young singer-songwriter called Tom Rush. A totally new world opened up for me and I focused my attention to this wonderful music. I listened to as many new released records as possible and doing so found new favorite artists like Tom Paxton, Gordon Lightfoot, Kris Kristofferson, Jerry Jeff Walker, John Prine, Guy Clark, Mickey Newbury, Chip Taylor, Ian and Sylvia, Gram Parsons, Emmylou Harris, Poco, Pure Prairie League, The Byrds and Flaco Jimenez. During the seventies my record collection underwent a considerable growth in the folk and country field. There were too many new names to mention them all.
Some ten years later my knowledge and liking had crystallized and I got myself an number of top favorites like Lightfoot, Kristofferson, Taylor, Newbury, Emmylou Harris en John Stewart. Of these artists I bought every new album to be released. In the eighties and nineties more favorites emerged, among them Kate Wolf 9she is my nr 1 top favorite to today), Nanci Griffith, Leonard Cohen, Willie Nelson, Tish Hinojosa, Tom Russell. In the current age Eliza Gilkyson, David Olney and Jeff Talmadge were added. Recently I enclosed Sam Baker and Caroline Herring.
A lot of rather ‘dry’ information, but it gives an idea about my musical self. Of course every day I keep an eye open for new great Music to emerge.
Come spring 1999 my musical life again changed considerably. I visited a concert organised by Joanna Serraris (Musemix) in my hometown, The Hague. Of course I had already experienced many, many concerts, the first of them being in 1962 when I saw the American Folk Blues Festival (Houtrusthallen in The Hague).
But this concert, involving Texans Terri Hendrix and Ray Wiley Hubbard with Lloyd Maines really was something else. It was in the back room of a pub where some 60 people were listening intensively. I really loved it and have been a regular ever since. I recorded the concert (of course with the artists’ permission) and a new hobby was born. Joanna Serraris became a dear friend of mine and to this very moment I am helping her out with the organization of the concerts.
At the second Musemix concert I enjoyed I met Marc Nolis from Antwerp, Belgium. Marc was the editor of a Music magazine called Rootstown Magazine. By the end of 2000 I started contributing to the magazine and I’ve written hundreds of articles since then. CD-reviews, concert reviews and – from 2003 – interviews. The first interview I ever did was with …..Eric Andersen! Rootstown was transformed into an ezine (free, distributed via e-mail) and was eventually renamed MazzMusikaS.
It gives me great pleasure to be able to interview my favorites and other interesting artists. So far I interviewed (among others) Eric Andersen, Tish Hinojosa, Eliza Gilkyson, Jeff Talmadge and Caroline Herring.
And of course, I had the Austin itch! I really wanted to visit Austin, preferably in March (for the world famous SXSW festival). My work (education, I am teaching at a Secondary school and for 30 years have been part of the management of my school) didn’t allow me to leave in March, so the first time I was in Austin was in the summer of 2001. Bloody hot and the music wasn’t too interesting at that time. I didn’t really dig 6th street then. We came as far as seeing an open mic night with host Randy Wier and we saw Don Walser on his regular night at Threadgill’s Riverside. Salient detail: both Rusty and Don are no longer with us.
It wasn’t until 2005 I visited the SXSW festival itself. I got permission for a two week leave from school. Austin and the SXSW really overwhelmed me, it was more than just wonderful. I wanted to be there again. This came into effect after my partial retirement from school (I still teach one class, chemistry in English) in November 2007. Both in 2008 and this year I was in Austin again and I hope to be able to do so for some years to come.
Starting November 2009 I am happy to contribute to wonderful Real Roots Cafe’s website.
© 1996 J.T.M. Janssen - ALL RIGHTS RESERVED, Last update: Sep 14, 2011
|