Steve Forbert, The Magic Tree

Big City Cat: My Life In Folk Rock is de titel van de kroniek van Steve Forbert, die hij samen schreef met Therese Boyd. Parallel daaraan werd zijn nieuwe plaat The Magic Tree uitgebracht. Het album brengt het totaal op om en nabij twintig studioalbums, welke reeks werd ingezet met zijn debuut Alive On Arrivel in 1978. En, alsof het niks was, daarmee meteen maar een klassieker afleverde. Het hoge niveau van de eersteling is mogelijk de reden waarom het repertoire dat erop volgde, allengs inconsistent werd.

Nu ligt The Magic Tree aan me voor, het twaalf songs bevattende album, dat zijn oorsprong vindt in voorheen akoestisch opgenomen demo’s. Zowel in de kroniek, als in zijn liedjes reflecteert hij op zijn leven, dat fases kenden van de nodige privé tegenslag, zoals vrij recent de behandeling van nierkanker. Maar de albumtitel geeft het al aan: het is allerminst een treurplaat, want alle liedjes klinken even krachtig als monter. Zijn hese, nasale uit duizenden herkenbare stemgeluid, heeft door de jaren heen nog helemaal niets aan karakter en kleur ingeboet. De op folk en blues geënte melodieuze rocksongs (van de milde soort), zijn stuk voor stuk prachtig. Soms ingetogen kalm, soms opgetogen uptempo, altijd ontspannen en toegankelijk en steeds met zeggingskracht. De opnames speelden zich in diverse steden af, waardoor de studiobezetting – onder wie Mark Stuart, James Harman en John Leventhal – telkens wisselde, zonder dat het ten koste ging van de samenhang.

The Magic Tree mag logischerwijs een wat bezonken indruk geven, het laat zich kwalitatief moeiteloos vergelijken met het onvergetelijke debuut. (Blue Rose Records)