Sons Of Bill, Oh God Ma’am

De uit Virginia afkomstige band Sons of Bill heeft in de twaalf jaar die ze bestaat, een muzikaal complete metamorfose ondergaan. Van alt. countryrock op hun eerste twee albums uit 2006 en 20009, naar een soort van pop-new wavesound, te horen op het onlangs verschenen Oh God Ma’am. Wat ik moeilijk aan dit vijfde album vind zijn drums die soms klinken als zweepslagen, het hoog-echoënde gitaargeluid, de springerige ritmes en de zalvende zang van zoon James, die vrij snel verveelt. Maar de meeste moeite ondervind ik van de synthesizers. Oh god Synthesizers. Die domineren. Dat lege, kunstmatige geluid. Het went nooit. Ook niet na vaak en serieus beluisteren van de aangeleverde tien liedjes. Wat wil je ook als je niet houdt van producer Phil Ek, die als zodanig onder meer werkte met The Shins en Fleet Floxes. Iemand van de moderne aanpak, die daarmee toch vooral doet herinneren aan de – over het algemeen – (ook)muzikaal kille jaren tachtig. Toch moet ik – ondanks de kritiek – toegeven dat een aantal nummers in essentie mooie melodieën heeft. Zoals Sweeter, Sadder, Father Away, dat aardser klinkt of een liedje als Green to blue, dat niet zo sterk lijdt aan overmatige productie en waarvan zowaar enige warmte afstraalt. Al met al lijkt commercieel succes de drijvende kracht achter Oh God Ma’am. Wie weet komt het ervan. In ieder geval is het de gebroeders Wilson van harte gegund. (Loosmusic.com)