Shemekia Copeland, America’s Child

Als tweede-generatie bluesartiest – haar vader was de zeer gewaardeerde Johnny Copeland – is het Shemekia Copeland gelukt om een eigen podium in de muziek te veroveren. Zij debuteerde als 19-jarige in 1998 met “Turn The Heat Up” en is nu twintig jaar en zeven albums verder. In het begin bleef zij nog braaf binnen het kringetje van soulvolle blues hangen, maar na een jaar of tien begon zij ook te putten uit folk en country. Hiermee ontwikkelde zij zich van ‘dochter van’ tot een artieste met geheel eigen ideeën.

“America’s Child” is haar achtste album, deze keer geproduceerd door de uit Nashville afkomstige Will Kimbrough. Een man, die zijn sporen ook wel heeft verdiend als muzikant, producent en songwriter. Hij is ook te horen als gitarist en heeft tevens enkele nummers bijgedragen. Als extra gasten leveren ook mensen als John Prine, Emmylou Harris, JD Wilkes en Steve Cropper, om er maar enkele te noemen, een bijdrage. Op de cd staan twaalf prima nummers, die wat stijl betreft een voortzetting zijn van het door haar ingeslagen pad. Dus blues, soul, folk en country. Copeland is een goede zangeres, hoewel het er op enkele nummers op lijkt dat ze haar stem wat moet forceren om de hogere tonen te halen. Dat geeft dan een wat geknepen geluid. Op een aantal van de door de componisten aangeleverde nummers klinkt een maatschappij-kritisch geluid door. Luister maar naar “Americans”, waarin de individuele soorten van inwoners van de VS worden genoemd, en “Would You Take My Blood”, een aanklacht tegen racisme. Mooi is “Great Rain”, het duet dat Copeland zingt met John Prine, en de ouderwetse soulvolle blues “Promised Myself” met Steve Cropper op leadgitaar. Een prima CD. (Alligator Records)

Eric Campfens Auteur