Podium en publiek ontmoeten elkaar nauwelijks tijdens solide en tikje tegenvallend concert

Steve Earle stapt met in zijn kielzog The Mastersons het podium op. Hello, is everybody drunk at the bar? Paradiso is nog lang niet vol, de rij staat buiten en niet aan de bar. Voor het podium in de grote benedenzaal is het rustig. This is the first place I played abroad, thirtytwo years ago. The Mastersons are playing their songs. You can buy their stuff in the hall. Make sure you leave with a bunch of their records. The Mastersons! Earle stapt opgewekt het podium af. Spreekstalmeester en hoofdact.

Gitarist Chris Masterson introduceert de countryliedjes van het duo uit Texas. Hi, we are The Mastersons. We got about half an hour to make you love us. We are gonna play some songs from our latest album Transient Lullaby. We are happy to be here, you are happy to have us. De oplettende bezoekers halen de schouders op bij die laatste opmerking en babbelen verder. The Mastersons spelen bijna klassieke country. Eleanor Whitmore is een begaafd violiste en speelt verder gitaar en toetsen. Naast nummers van hun laatste release speelt het duo het nieuwe nummer ‘The Last Laugh’. Recent is een bevriende muzikant tijdens een tournee overleden. De ode heeft een snik en een grimlach. De leegte van de dood kan nauwelijks worden opgevuld door een liedje van ruim drie minuten. Na iets meer dan een half uur nemen The Mastersons afscheid. Ze melden terug te komen voor optredens in oktober en november van dit jaar.

In de volgelopen zaal is de ruimte voor het podium ingenomen door trouwe fans. Twee wat oudere heren vergelijken met de mobieltjes gemaakte opnames van eerdere concerten. Met de oren tegen de kleine luidsprekers komen ze tot de conclusie weinig te horen van toen, van de geschiedenis, hè. Gelukkig stapt direct daarna de laatste roadie van het podium en wordt het donker in de zaal. I’m gonna break my rusty cage klinkt uit de luidsprekers. De door Chris Cornell geschreven lyrics zijn een passende opening voor een Steve Earle & The Dukes concert.

 

Earle en zijn vijf begeleiders, waaronder The Mastersons openen met een aantal tracks van So You Wanna Be An Outlaw, het laatste album uit 2017. Het titelnummer en ‘Lookin’ For A Woman’ worden geroutineerd gespeeld. Bij het derde nummer neemt Earle, naast muzikant, componist, auteur, acteur, producent en milieuactivist, het woord. Half the country is burning down. The climate is changing. This is The Firebreak Line.

Stephen Fain Earle is van 17 januari 1955 en een bijna legendarische muzikant. Debuutalbum Guitar Town verschijnt in 1986. Vijftien langspelers, talloze compilaties, enkele live albums en zeven huwelijken verder staat hij ontspannen op het podium in Paradiso.

In hoog tempo spelen The Dukes de nummers. Earle componeert countryrock met af en toe een veeg blues en een scheut soul. Het zijn nummers van iets meer dan drie minuten zonder moeilijke solo’s, uptempo muziek met hier en daar een boodschap. Met ‘My Old Friend The Blues’ verlaat Earle zijn laatste album en gaat hij op weg door zijn uitgebreide oeuvre. ‘Guitar Town’ komt langs, ‘You’re The Best Lover’ en ‘Jerusalem’ worden gespeeld. Voor ‘Johnny Come Lately’ vertelt Earle: Thirtyone years ago I was in London in a recording studio with some friends of mine, The Pogues. We recorded ‘Johnny Come Lately’. Er is applaus en de eerste akkoorden worden meegeklapt en daarna valt het publiek stil en luistert.

Natuurlijk herkent het publiek de intro’s van ‘Copperhead Road’, ‘Taneytown’ en ‘Fixin’ To Die’, maar er is weinig sprake van participatie. Earle reageert niet eenmaal op geschreeuwde verzoekjes, The Dukes spelen na vele optredens solide, maar zonder transpiratie en niet al te veel inspiratie. De band volgt trouw de speellijst en verlaat nergens het al maanden gebaande pad.

Earle vertelt door de avond heen over een aantal zaken die hem aan het hart gaan. In het intro van ‘Jerusalem’ pakt hij de microfoon. Na wat omzwervingen over de eigen ervaren ellende, komt hij uit bij de schoonheid van de gezongen boodschap en het mogelijke protest. I don’t believe in lost causes, because that’s what I was at one point in my life. I believe in truth, I believe in beauty. Dat Earle met ‘Jerusalem’ bij de kracht van het geloof uitkomt, maakt de boodschap voor een aantal van de ‘outlaws’ in de zaal mogelijk wat zweverig. Het zij hem vergeven.

Het optreden wordt afgesloten met ‘Hey Joe’, een cover van The Leaves. De moordballade is door Jimi Hendrix de hitlijsten ingespeeld en krijgt een magere uitvoering. Er vloeit geen bloed in de uitvoering van Earle & The Dukes, op het podium is geen begeestering, te weinig enthousiasme en er wordt geen moment de moeite gedaan het publiek bij een mogelijk zinderend slot te betrekken. Met een zwaai verlaten de muzikanten het podium.

‘Dixieland’ en ‘Ben McCulloch’ worden als toegiften gespeeld waarna The Dukes achter de gordijnen verdwijnen. Earle begint een verhaal over een recent interview. De journalist vroeg Earle wat Woody Guthrie, mocht hij nog in leven zijn geweest, zou vinden van de huidige wereld. Earle vervolgt raadselachtig: If Woody was around he would say the world can change music, but that music can’t change the world. We’ll have to sing really loud to bring some change anywhere. Earle zet op gitaar en mondharmonica ‘Christmas in Washington’ in. Het podium krijgt een winters licht. Na het door het publiek meegezongen eerste refrein meldt hij: That sucks, you can sing louder than that. The Mastersons, bassist Kelly Looney, drummer Brad Pemberton en gitarist Ricky Ray Jackson komen terug op de planken. Na het tweede couplet vult het gezang van het publiek Paradiso. Iets meer dan twee minuten is de sfeer geweldig, spelen Earle en de bandleden fantastisch en valt het publiek bij. En dan tikt Earle af. Het is mooi geweest. De muzikanten op het podium buigen tweemaal en er wordt muziek ingezet.

Steve Eearle & The Jukes spelen een solide concert in Paradiso. Solide, een tikje tegenvallend en zeker niet historisch. Het zij zo.

Jaks Schuit Auteur