Ben Reel, Land Of Escape

De uitstekende albums die van de Ierse singer-songwriter de laatste jaren verschenen, heeft hem slechts een zeer bescheiden status onder americanaliefhebbers opgeleverd. Aan zijn (toenemend) aansprekende repertoire, veelkleurige stem, vaardige begeleiders, persoonlijke teksten en volle overgave, kan het toch niet liggen. Dan moet het er nu maar eens van komen met zijn nieuwe, achtste album Land Of Escape. Die is weliswaar iets anders, maar mooier dan de ook al fraaie plaat 7th van 2015. Waar 7th elektrischer, directer en rootsier klinkt, bezit Land Of Escape een verzameling rustige, semi-akoestisch liedjes, die stuk voor stuk in warme, boeiende arrangementen (inclusief loops)zijn uitgewerkt tot beauties. Landscapes is de goed geplaatste opener, vanwege de weidse sfeer en de lome cadans die – zo blijkt – alle liedjes van Land Of Escapes typeren. Zij vormen een telkens veranderend land(schap), dat met de kracht van melancholie verleidt tot (dag)dromen, weemoed, overdenking en bemoediging. Songteksten als die in Fields of Dreams, Healing Hands, I See Paradise, Suffer In Silence, Paradise Found en Smoldering Simmering suggereren bijna dat we hier met een heus conceptalbum over Reels zielenroerselen van doen hebben.

Reels stem is geweldig. Hij zingt of croont wat-ie wil. Geen genre is hem vreemd: folk, soul, jazz, country, rock of pop – in alle denkbare mengvormen – het is ‘m allemaal eender.

Het arsenaal gebruikte instrumenten is indrukwekkend. En al even indrukwekkend speelt de groep (vaste) begeleiders, onder meer met drummer Michael Black, bassist Ronnie O’Flynn, gitarist Gerry Black Jnr en toetsenist (piano, orgel, synthesizer, loops). Speciale aandacht gaat uit naar zijn vrouw Julieanne Black Reel, de fantastische achtergrondzangeres, die bovenal schittert – als zangduo met manlief – in Misty Morning Rain. Ook de Nederlanders die Reel begeleiden bij optredens in ons land, slide gitarist Jimmy Bakker en fluitist en sopraansaxofonist Hans Heidt, dragen opnieuw in meer of mindere mate bij.

Wat een intens, uiterst subtiel en sfeervol klinkend album. De vraag is alleen wanneer de Ier en zijn band eindelijk eens op het podium van Take Root of Ramblin’Roots geprogrammeerd staan (eigen beheer).