Americana over “het huis dat wit wordt genoemd”

Joe Henry, 4 februari 2018, Tolhuistuin Amsterdam. Een bezoeker loopt naar de rand van het podium. Hij pakt de setlist van Joe Henry en legt deze klaar voor een foto. Er worden opmerkingen gemaakt. “Wat laatste wijzigingen?” Met een glimlach neemt de fan wat foto’s. “Ik voeg alleen maar nummers toe,” zegt hij met een brede grijns. De sfeer in de Tolhuistuin is prima. Voor het concert van Joe Henry loopt de zaal langzaam vol.

Negen van de tien bezoekers hebben de middelbare leeftijd gehaald of zijn daar voorbij. Henry trekt een trouw en vergrijzend publiek. De Amerikaanse troubadour opent met het nummer ‘Trampoline’. Het is het titelnummer van de zesde cd van Henry, een release uit 1996. In 2017 verschijnt Thrum, zijn vijftiende solo langspeler.

Joe Henry, geboren op 2 december 1960, debuteert in 1986 met het album Talk Of Heaven. Het is een plaat met kritische Americana waarop de maker geen onderwerp uit de weg gaat.

Naast een lange rij albums heeft Joe Henry veel artiesten vanuit de productiestoel begeleidt. Kristin Hersh, Bettye LaVette, Allen Toussaint en Billy Bragg, het is een kleine greep uit een lange en indrukwekkende rij.

Voor de opnames van Thrum nodigt Henry zijn vaste begeleiders drummer Jay Bellerose, blazer Levon Henry, bassist David Piltch en pianist Patrick Warren uit naar The United Recording, een studio in Hollywood. Onder de productionele leiding van Ryan Freeland gaan ze aan de slag. Henry wil spontane opnames, dus worden de muzikanten in één ruimte gezet. Elke opname wordt direct door de aanwezigen beluisterd en van commentaar voorzien. Henry noemt dit “spontaneous, performance-based ethos”.

Op het podium in de Tolhuistuin is Henry alleen. Hij staat op nauwelijks verlichte planken. Twee gitaren, een piano, een microfoon, instrumenten in blauw licht. Na opener ‘Trampoline’ vertelt hij, “I don’t believe in a theatrical wall between the stage and an audience. So ask me everything.” Vanuit de zaal wordt geroepen: “Where is your band, Joe?” “Where is my banjo?” tackelt Henry met veel gevoel voor humor.

Joe Henry

‘Climb’ is het openingsnummer van Thrum Een van de bezoekers vraagt naar de titel van het album. Henry denkt dat het om Trump, Donald Trump gaat. “I don’t use his name. He’s not part of my tribe,” meldt Henry. Met een brede glimlach hoort hij de vraag opnieuw en geeft een cryptisch antwoord. “Every song I’ve written is a cross between ‘Amazing Graze’ and ‘Let´s Get It On’. The next song ´Climb´ sure is one of them.”

Henry kan het niet laten om voor elk nummer iets te verhalen. “It´s difficult to be an American and be abroad.” Vanuit de zaal krijgt hij respons: “This is the best time to be an American and be abroad.” Henry glimlacht en gaat akkoord. Hij sluit af met: “I would never give him the satisfaction to make my life unhappy.`

Joe Henry is veel meer dan een troubadour. Hij zingt zijn Americana songs met veel overtuiging. “I never have an idea for a song,” legt hij uit, “I write to listen, I write to learn.`

Voor ‘The Glorious Dead’, een nummer op Thrum zegt hij: “I listen to the music, I hear the meaning of the words in the music.”

Na meer dan zestig minuten wil Henry toch iets vertellen over de verkiezingen van 2017. Tijdens een tournee keek hij met Billy Bragg in een hotel in Engeland naar de uitslagen. “After a night of watching television I went to my room. I fell down on a cold carpet and wept.” Het was het begin van het nummer ‘Keep Us In Song´, geen lied over boosheid maar over `gathering`. Trots vertelt Henry dat zelfs de gedachten aan de huidige president van de Verenigde Staten een nummer kunnen opleveren met hoop. “The man in the house that is called white, is the wrong man,” besluit hij.

Henry speelt na een fantastisch uur Americana twee toegiften. ´Short Man´s Room´ is het titelnummer van een album uit 1992. Hij plakt er moeiteloos ‘For The Good Times’ van Al Green aan vast.

De toegiften bewijzen nogmaals de klasse van de Amerikaan. Al meer dan dertig jaren staat de jeugdig ogende singer-songwriter aan de top. Thrum is daarvan het zoveelste en overtuigende bewijs. Henry mag zich blijven uitlaten over de bewoner van “the house that is called white”.

Jaks Schuit Auteur