Elliott Brood, Ghost Gardens

Elliott Brood resideert tegenwoordig in Toronto, Canada. De band werd in 2002 opgericht in Hamilton, Ontario. De drie muzikanten willen vanaf de eerste dag rootsmuziek maken, liedjes schrijven die herkenbaar klinken en toch nieuw zijn. De luisteraar van Elliott Brood denkt de melodie te herkennen, maar luistert naar songs die schatplichtig zijn aan grote namen uit de geschiedenis van de muziek en toch heel erg van vandaag de dag zijn.

Het begin van het zesde album van Elliott Brood is exemplarisch voor de groep. Er wordt een vroege demo in een koffer  in een garage gevonden. Liedjes, flarden muziek en ingevingen die de groep had opgenomen in de vroege dagen van de carrière. Het drietal gaat aan de slag met het oude materiaal en maakt er nummers voor 2017 van. Ghost Gardens is de opbrengst van oud materiaal in een nieuw jasje.

In Canada krijgt de muziek van Elliott Brood nogal wat etiketten. Death Country, frontier rock en revival music zijn zo maar wat etiketten. Labels die prima zouden passen op oude muziek die fonkelnieuw klinkt.

Elf nummers op Ghost Gardens. Opener ‘Til The Sun Comes Up Again’ is een rustig opgezet, bijna akoestisch nummer. Slepende drums geven het ritme aan, maar vooral de gitaren ondersteunen de vocalen. Een eenvoudig klinkend nummer dat zich vastzet in de hoofden van de luisteraars. ‘Dig A Little Hole’ is een muzikaal wat vetter aangezet nummer. Vanachter de instrumenten klinken de woorden, wordt er uit volle borst gezongen en halen de zinnen net de luidsprekers in de huiskamer. ‘The Fall’ is een frivool nummer, het is bijna klassiek walsje dat vraagt om danspassen. ‘Thin Air’ geurt door het intro naar eerdere tijden en wordt gedragen door een voortgaande banjo en xylofoon. Het instrumentale nummer loopt over in ‘T.S. Armstrong’. Bij ‘Searching’ heeft Elliott Brood het gelaten bij het korte nummer van jaren geleden. Er is niet gezocht naar meer coupletten, maar het nummer is terecht kort en compact gehouden. ’For The Girl’ sluit het album af. Akoestische gitaren en de stem van  Mark Sasso bij elkaar in iets meer dan twee minuten. Ook in dit laatste nummer is de beperking de kracht van het nummer. Voor overtuigende rootsmuziek is weinig meer nodig dan een goede tekstregel en wat gitaren. Elliott Brood is er in geslaagd de nummers op Ghost Gardens een klassiek countrygeluid mee te geven.

Nergens is op Ghost Gardens er ook maar een vleugje geschiedenis te horen en toch klinken de nummers doorleefd. Het album is een mooie stap in de carrière van een succesvol trio. De  groep eigen tracks uit de vergetelheid gehaald en een goed passende 2017 ‘lick’ gegeven. (Paper Bag Records)

Jaks Schuit Author