Eliot Bronson, James

De uit Baltimore, Maryland afkomstige singer-songwriter Eliot Bronson bracht tot dusver drie solo platen uit. Zowel Blackbirds (2011) als Milwaukee (2012) hebben, bij mijn weten, het Europese vaste land nooit echt bereikt. Drie jaar geleden stak zijn derde titelloze CD de grote plas over. Het wachten op een doorbraak was een kwestie van tijd, schreeuwden we toen van de daken. Het is er overigens niet van gekomen.

Evenals op de titelloze voorganger speelt producer Dave Cobb (Jason Isbell) een belangrijke rol op Bronson’s nieuwe CD James. De eerlijke, iets of wat ouderwetse aanpak past wel bij de liedjes die Bronson op deze plaat heeft gezet. De plaat opent met een stampende beat met rauw mondharmonicaspel en scherp slide gitaarwerk in Breakdown In G Major. Een idealistisch Hurricane momentje! Good Enough is de eerste single die van dit maar amper dertig minuten durende album is getrokken. Goed gekozen maar bij lange na niet zo confronterend als het daarop volgende The Mountain. In Stranger laat Bronson zich opschilderen in een mooi akoestisch muzikaal landschap. Rough Ride baddert in een Chris Isaak sfeertje. Bronson heeft veel bewondering voor Bob Dylan. In Rollin Down A Line zou je zeggen dat hij van diens zoon Jacob gepikt heeft. Erg fraai gedaan overigens.

Eliot Bronson heeft opnieuw een oprechte en eerlijke singer-songwriter plaat gemaakt. Het raakt de randen van Americana maar neigt wat mij betreft meer naar moderne folk pop, zoals de meeste van jullie wel kennen van Andrew Combs, Chris Kasper of een Caleb Caudle. (Hubbub! Music)

Jan Janssen Author