Parker Millsap begint in Paradiso telkens opnieuw hetzelfde feestje

Op het podium wachten zes muzikanten. Het is onduidelijk waarom de geluidsman de muziek laat draaien. Eindelijk gaat het licht uit en zet Crimson Inc. het eerste nummer in. Met een moeizaam intro van drum en viool trekt de groep zich op gang.

Crimson Inc. is een talentvol gezelschap. Zes muzikanten die met veel plezier en het nodige vakmanschap Americana, bluegrass en country spelen. Op het podium van de kleine bovenzaal lukt dat maar matig. “Willen jullie dansen?” vraagt frontman Dikkie de Rooij na twee nummers. Er wordt niet gereageerd en tijdens het nummer niet gedanst. Het publiek wil eerst inzet, liedjes met passie, wat zweetdruppels op het podium en pas daarna wordt er bewogen.

Crimson Inc., Paradiso

Groot manco vanavond is de afstelling van de muziekmix. De viool van zangeres en violiste Annelotte Vonk blijft diep verborgen in de donkere muziekbrij, de mandoline van Nils Bruijel excelleert nergens en heeft een plek gevonden naast het vioolgeluid. Alleen op de achtergrond en bijna buiten beeld staat sologitarist Jeroen de Jong. Als zijn geluid hoorbaar is speelt hij kleine parels op zijn gitaar. Singel ‘Cold Black Ground’ sluit de set af. De Rooij gooit de vocale schroom van zich af en raakt dan de harten van de toeschouwers. Crimson Inc. is een band met meer dan genoeg potentie en te weinig lef. Voor een beter geluid moet er iemand te vinden zijn die aan de juiste knoppen draait.

Parker Millsap, Paradiso

Bij Parker Millsap en zijn drie begeleiders is het logisch om de eigen instrumenten aan te sluiten en te stemmen. DIY, do it yourself, is een kwartier voor het optreden de juiste houding. Het viertal stapt precies op tijd het podium op en pakt de instrumenten. “How are you feeling?” vraagt Millsap en weg is de groep. ‘Hands Up’ opent en is een uptempo nummer. Alle voortekenen voor een roots en roll feestje staan op het podium. ‘Hesitation Blues’, een nummer van Charlie Poole & The North Carolina Ramblers, haalt wat vaart uit het optreden, maar is wel een lekker slepende blues.

Parker Millsap debuteert in 2012 met het album Palisade. Hij schrijft nummers waarbij hij zijn pen diep in de rock ´n´ roll en blues doopt. De multi-instrumentalist maakt daarna Parker Millsap (2014) en The Very Last Day (2016). Bij de laatste langspeler ontvangt de jonge Amerikaan nogal wat aanmoedigingsprijzen. Daarbij wordt hij muzikaal vergeleken met Elvis Presley en oogt hij als een jonge broer van Leonardo DiCaprio. Er zijn mensen die het met minder moeten doen.

Parker Millsap, Paradiso

De begeleidingsband is van grote klasse. Bassist Michael Rose haalt veel meer dan alleen basgeluiden uit zijn instrument en Daniel Foulks legt met zijn viool mooie accenten in de nummers. ‘The Very Last Day’ is een nummer over de atoombom met een pakkende vioolsolo en een excellerende ritmesectie. “This song is not as depressing,” meldt Millsap met spot, gevoel voor understatement en hij zet ‘I Hope I Die’ in.

En dan verdwijnt alle vaart en veel kwaliteit uit het optreden. Voor ‘Jealous Sun’ mag de ritmesectie even pauze nemen. ‘A Little Fire’, eveneens een track van The Very Last Day, wordt solo door Millsap gespeeld. De afwisseling is waarschijnlijk goed bedoeld, maar alle snelheid is weg van het podium en verdwenen uit de zaal.

Millsap en de band slagen er niet in het optreden weer op gang te trekken. Het is alsof elk volgend nummer het begin is van hetzelfde feestje. Na iets meer dan drie minuten is er een volgende kompositie, is er een ander nummer met dezelfde sfeer en vergelijkbare muziek. Alleen het traditionele ‘You Gotta Move’ valt op en krijgt een mooie bluesy uitvoering. Het nummer explodeert fijn aan het einde en even trilt de vloer. Dan is het optreden voorbij.

Parker Millsap, Paradiso

Millsap heeft zijn eigen scenario voor een toegift. “We’re not going to do the encore thing,“ meldt hij. De groep draait het publiek de rug toe en wacht op reacties. Het publiek wil graag nog wat horen, dus is er applaus en de roep om “more”. De groepsleden draaien zich om. Er wordt slechts een nummer als toegift gespeeld. ‘Some People’ krijgt een redelijke en solide uitvoering en is – opnieuw! – een herhaling van een feestje van bijna vier minuten.

Parker Millsap telt nog maar vierentwintig lentes en zal echt nog wel leren om het publiek bij optredens meer en langer te vermaken. Voorlopig excelleert hij vooral in de studio.

Foto’s: Peter Hageman

Jaks Schuit Author