Tim O’Brien, Where The River Meets The Road

Tim O’Brien, bluegrass muzikant, multi-instrumentalist (gitaar, viool, mandoline, bouzouki), zanger en liedjesschrijver groeide op in de bergen van West Virginia, de Staat van de mijnen waar blank en zwart zij aan zij werkten én elkaar muzikaal voortdurend beïnvloedden. Daardoor ontstond in de loop der tijd een rijk en gevarieerd muzikaal landschap. Dit en meer staat opgetekend in het schitterend vormgegeven hoesje van zijn 16de album Where The River Meets The Road, dat met twaalf verhalende songs een lofzang is op de geschiedenis van de omgeving en in het bijzonder soms op die van enkele familieleden. Tim O’Brien draagt drie nummers aan, de overige zijn van muzikanten die sterk verwant zijn met WV. Daaronder bijvoorbeeld Grandma’s Hands van Bill Withers, dat een magnifieke vertolking krijgt en Few Old Memories van Hazel J. Dickens, dat heerlijk deint op de sentimentele sfeer van countrymuziek, de aantrekkelijke blues-jazzy shuffle in Friday, Sunday’s Coming van ene John Lilly en het fraai bezongen optimisme in When The Mist Clears Away van Larry Groce. De eigen compositie Guardian Angel (herinnert aan het werk van zijn kompaan Darrell Scott) vind ik een van de mooiste liedjes. De tekst gaat over het te vroege overlijden van zijn oudere zus: zachte melodie, ontroerende zang en rustig, maar bezield vormgegeven arrangement, prachtig kortom. De titelsong symboliseert de industriële voortgang van rond de twintigste eeuw en een paar instrumentale stukken mogen natuurlijk niet ontbreken in het mountain genre. Gelauwerde begeleiders omringen O’Brien, onder wie Stuart Ducan op fiddle en de gastvocalisten Kathy Mattea en Chris Stapleton. Diep geaarde en doorleefde liedjes van de countryside of life. (Howdy Skies Records)