Chip Taylor, A Song I Can Live With

Dat Chip Taylor 77 jaar is betekent niet dat hij achter de geraniums gaat zitten bijkomen van de vele honderden liedjes die hij inmiddels achter zijn naam heeft staan. Dat zijn stem is gereduceerd tot een gruizig gefluister deert hem ook niet, het geeft de man een volwassen uitstraling. Chip werd vorig jaar opgenomen in de ‘songwriter Hall of Fame’ (het werd eens tijd….). Bijna ieder jaar verschijnt er een album met nieuwe songs van hem, de laatste jaren in toenemende mate autobiografisch (hoewel dat in zijn oeuvre altijd wel veel voorkwam). Zijn vrouw Joan komt weer voorbij (‘Joan Joan Joan’), de broers worden op deze CD met rust gelaten (vorig jaar rekende hij immers al af met zijn verleden met zijn broers). In zijn songs wel aandacht voor andere mensen waarmee hij te maken kreeg in zijn rijke leven (‘Crazy girl’, ‘Hey Lou’ (Reed) met ook aandacht voor ene Paul). Heel gevoelig allemaal, met een prachtig ingetogen begeleiding waarin piano (Goran Grini, mede-producer (een deel van de opnamen vond bij hem in Noorwegen plaats, de overige songs werden opgenomen in Chip’s Train Wreck Studios), hij is ook te horen op andere keyboard-instrumenten) en gitaren (o.m. Greg Leisz op pedal steel en – uiteraard – zijn makker van het eerste uur John Platania op o.m. elektrische gitaar) de hoofdrol spelen en drums nauwelijks aanwezig zijn. De titeltrack is een juweel van de bovenste plank met de prachtige steel van Leisz en de ingetogen piano van Grini. Verder zijn er songs opgedragen aan David Bowie (‘Until it hurts’) , Lou Reed en Eric Andersen.

Superlatieven zijn als altijd van toepassing op het werk van Taylor, Chip is als altijd adembenemend goed. Geeft niets, die verdwenen stem, terecht dat hij nu thuishoort in de ‘Songwriter Hall of Fame’. Pet af voor de ongebreidelde creativiteit van deze songwriter-gigant.( (Trainwreck Records)

Fred Schmale Auteur