Ryley Walker gedenkwaardig optreden in Doornroosje

De uit Chicago afkomstige Ryley Walker is, sinds het doorbraakalbum Primrose Green, in 2015 de niet helemaal onomstreden new kid on the block, waar het gaat om improviserende jazzfolkrock. Sommigen doen hem af als een epigoon van Tim Buckley en John Martyn, anderen vinden hem daardoor juist geweldig. Ik sta aan geen van beide kanten. Primrose Green vind ik een groeier en zijn beste van de drie uitgebrachte albums. Als songschrijver bedient hij zich niet van de klassieke structuur: couplet, brug, refrein, maar verkent uithoeken van jazz, rock, pop met folk als basis. Ik was daarom vooral benieuwd hoe de studioversies live zouden uitpakken.

Nou, toch wel heel anders. Maar eerst nog wat over support act Health & Beauty, ook Walkers begeleidingsband. Het trio van gitarist Brian J Sulpizio, bassist Anton Hatwich en drummer Frank Rosaly profileert zich in een half uurtje als experimentele, kosmische jamband van 50 jaar terug; alsof het hippiedom nooit is weggeweest. Stuffmuziek heette het toen. Op een mooi langslepende bluesy ballad na, zijn het bedwelmende gitaarerupties die achteraf ook een opwarmer blijken voor de begeleiding van Walker. Hij en Sulpizio openen de set al net zo stormachtig. Raggende, onstuimige, samenvallende gitaarriffs, waar geen eind aan lijkt te komen en complexe jazzy grooves van de ritmesectie (waarvan het zachte drumgeluid niet goed is uitgemixt).

Acht of negen songs komen voorbij in ruim anderhalf uur, waardoor het optreden veel weg heeft van een staaltje virtuoos jammen. Af en toe klinken daar zowaar echo’s van Walkers songs in door. In zekere mate imponeert dat repeterende, sferische en massieve geluid wel degelijk, al ben ik blij met de spaarzame momenten van verstilling, waarin bovendien ook nog iets van zijn mooie stem te horen is, zoals in If I Were a Carpenter van Tim Hardin. Dicht bij het origineel blijvend krijgt dit klassieke liedje in het eerste deel een fraai akoestische behandeling, waarna halverwege de band hem stevig elektrisch bijvalt – maar in toom gehouden elektrische gitaren – om vervolgens akoestisch te eindigen. Een magisch moment. Het brengt hem het luidste applaus.

Het verschil tussen studiowerk en podium is groot. Te groot eigenlijk. Maar er valt meer dan genoeg te beleven, mede door Walkers tikkeltje weirde interactie met het publiek: branie, melige grapjes, maar innemend. Al met al een gedenkwaardig optreden.

Foto’s PrickenPics