Torgeir Waldemar geeft visitekaartje af

Cinetol, Amsterdam 20 mei 2017: Voor het optreden eten Torgeir Waldemar en zijn drie begeleiders een hapje op het zonnige terras van Cinetol in Amsterdam. De kleine concertzaal is nog donker. Bij de kassa waken twee meisjes over een gastenlijst van drie pagina’s.

Voor het optreden komen de vier muzikanten door de zaal naar het podium gewandeld. Er is ‘backstage’ geen kleedkamer. Waldemar speelt akoestisch Falling Rain, een nummer van Link Wray en de opener van zijn tweede album No Offending Borders. Come To Me is een nummer van zijn titelloze debuut. Daarna stappen de drummer, de bassist en de toetsenist het podium op. Across The River wordt ingezet en krijgt een lang intro. De begeleiders kunnen even acclimatiseren, het instrument warm spelen en de mensen in de zaal muzikaal begroeten.

De Noor Torgeir Waldemar is veertig jaren jong als hij vanuit het niets zijn titelloze debuutalbum uitbrengt. Het is een goed ontvangen, sterk debuut met nummers die wortelen in de americana, de country en rockmuziek. Hij toert na de release continue, gaat geen zaal, kot of bar uit de weg en scoort alleen maar lovende recensies. Duidelijk is dat Waldemar nummers met een eigen geluid componeert, maar goed geluisterd heeft naar muzikanten als Neil Young, David Bowie en Gram Parsons.

Summer In Toulouse is zo’n compositie die invloeden verraadt. Het intro past wonderwel in Rebel Rebel van David Bowie. Rockend en stampend brengt het kwartet het nummer op het podium in de gezellig gevulde zaal tot een goed einde. Insomnia daarna heeft als subtiel instrument een zingende zaag.

“Now we’re getting tot the real depressing part,” kondigt Waldemar Bottom Of The Well aan. Burden en Souls On A String volgen en zijn donkere, wat zwaarmoedige nummers. Op het debuut covert Waldemar het nummer Highway Kind van Townes Van Zand. Op No Offending Borders opent hij met Falling Rain van Link Wray. Bij het optreden passen alle gespeelde nummers tussen deze twee coryfeeën uit de muziekgeschiedenis.

Na Sylvia (Southern People), een nummer dat naadloos op een setlist van Neil Young zou mee kunnen, speecht Waldemar kort. De zin en de onzin van het fenomeen toegiften worden met milde, spottende woorden belicht. Bij het kwartet geen setlist met streepjes waaronder de nummers voor de toegiften staan. Waldemar refereert aan een muisstil publiek na een optreden en een bandje dat het podium verlaat. Hoe beschamend het moet zijn om dan terug te komen en de liedjes onder de streepjes te spelen, glimlacht Waldemar. Vanavond gaat het anders. De bandleden stappen achter de instrumenten vandaan en zoeken een plekje bij een microfoon. Waldemar zet I See The End in. Het viertal beëindigt a capella en stapt onder zeer terecht applaus van het podium. Een praatje bij de tafel met merchandise is een mooie afsluiting van een prima concert.

Jaks Schuit Author