Fred Eaglesmith geroutineerd en bij vlagen onweerstaanbaar grappig

Fred Eaglesmith – Paradiso, Amsterdam (3 mei 2017): Mannen van middelbare leeftijd beklimmen de trap van Paradiso en schuifelen de kleine zaal binnen. Daar begroeten ze een kennis of een oude bekende. Het onderwerp van gesprek is in veel gevallen een eerder concert van Fred Eaglesmith. Het is een uitzondering als er een -nieuwe – vriendin kan worden voorgesteld. Op het podium checkt een medewerker de instrumenten, zet de flesjes water neer en maakt een foto. Hij stapt het podium af en begint een praatje met enkele bezoekers voor in de zaal.

Frederick John Elgersma, geboren op 9 juli 1957, stapt precies op tijd het podium op. Hij geeft een blond gelokte vamp voorrang, achter hem loopt de medewerker naar zijn staande bas. Na het openingsnummer neemt Fred Eaglesmith het woord: “I see a lot of the same people.” Het publiek joelt. “You come to the show to be seen, I know” en instemmend gemompel volgt. “We are the generation who almost went to Woodstock. We are heading for Spijkerboor.” Eaglesmith doet een korte trip door Nederland en de laatste stop is ‘t Keerpunt in Spijkerboor. Het noemen van het plaatsje in Drenthe leidt tot hilariteit in de zaal. De Canadees Eaglesmith is aan het woord, de blonde vamp is zijn vrouw Tiffani Ginn en het publiek krijgt waar het voor gekomen is. “Try to talk during the songs,” vraagt Eaglesmith aan de bezoekers. Hij wil graag optimale aandacht tijdens een van zijn vele conferences. Hij is een begenadigd verteller en speelt daarbij routineus een aantal van zijn liedjes.

Get your prices up is te vinden op het album There Ain’t No Easy Road (1991). De Canadees vertelt geen nummers te spelen van de gloednieuwe langspeler Standard (2017). “We’ll be playing songs from albums we released five years ago, songs you know. If you wanna hear the new songs, see us in five years.” Opnieuw gelach uit de zaal en de fan die een korte vraag stelt, krijgt te horen dat het “no press conference, fuck you” is. Eaglesmith neemt de tijd om de zaal in te kijken. “There is always a new old guy on the floor. It’s easier to find a new audience than a new joke,” mompelt hij.

I Like Trains is een track van de langspeler Drive-In Movie (1995). Tiffani, continue gevangen in Dolly Parton-achtig licht, neemt plaats achter een drumstel. Eaglesmith en Ginn spelen beide een magere solo halverwege het nummer. Echtgenoot Fred rammelt met een aantal strak gespeelde akkoorden langs de fouten van Tiffani. De ingehuurde bassist is de betere muzikant op het podium, maar krijgt weinig of geen aandacht. “I was raised with agriculture, religion and poverty. Those are the ingredients for rock and rol,” gooit de frontman er als grap in en begint een volgend nummer.

Na een uur songs en praatjes wil het echtpaar nog wat liefdesliedjes spelen. Careless, een nummer van Paul Westerberg, krijgt een warme uitvoering. Drinkin’ Too Much wordt gespeeld met een snik in de stemmen. De grap daarna is belegen: “I cut my drinking in half last year. I joined A (gelach). I’ve kicked alcohol, I’ve kicked drugs, but I can’t kick the nearest thing to drugs. I can’t kick the Febo.” Als laatste nummer wordt Stars van 6 Volts (2012) gespeeld. Zonder van het podium af te gaan zet Eaglesmith na het applaus Kansas van Milly’s Cafe (2006) in. Het applaus na afloop is enthousiast en lang. Het publiek wil meer, nog minimaal een nummer.

De bassist staat naast het podium. Hij mokt: “I’m not their boss, nor their manager. I’m just a hired hand. I’ve no control over them. They should come out for at least one more song.” Het echtpaar Eaglesmith staat al bij de tafel met merchandise. Tiffani rekent af en Fred maakt een praatje en zet een krabbel. “What is the date?”

Jaks Schuit Author