Alejandro Escovedo zorgt met gelegenheidsformatie voor een avond prima vermaak.

Alejandro Escovedo, Het Zonnehuis in Amsterdam op 29 maart 2017. Tot op hoge leeftijd liet Chuck Berry zijn manager begeleidingsbandjes regelen als hij op tournee ging buiten Amerika. De muzikanten mochten niet veel kosten en moesten een nummertje rockmuziek kunnen spelen. Tijdens de ene repetitie op de dag van het eerste optreden werden de koortjes voor de refreinen er in geslepen. Het kostte een appel en ei en precies zoveel had Berry er voor over.

Alejandro Escovedo legde dezelfde vraag voor een Europees toertje neer bij zijn management en kreeg de naam van het Italiaanse viertal Don Antonio. Hij checkte bij wat vrienden, liet zijn manager naar Italië bellen en stak de oceaan over. Don Antonio was voor de promotie van de laatste CD Born Something Beautiful voorprogramma én begeleidingsband.

Don Antonio heeft het juist verschenen gelijknamige debuut op de tafel in de hal liggen. Op het podium opent Antonio Gramentieri met de eerste akkoorden op zijn gitaar, Matteo Monti streelt zijn drumvellen, Denis Valentini beroert de bassnaren en Franz Valtieri klappert met de kleppen van zijn saxofoon het ritme mee. De zaal van Het Zonnehuis verandert in een nachtclub. Na vier minuten een korte uitleg van Gramentieri. “This is not americana, this is italiana,” zegt hij glimlachend. Zwoele surfrock klinkt en de temperatuur in de zaal loopt langzaam op. Bij een fiks rockend La Pulga klapt het publiek mee en wordt er een eerste transpiratiedruppel weggewreven.

Bij het laatste nummer vertelt de frontman: “We can’t rock like the Americans but we do the twist” en de groep zet Blue Suede Shoes van Carl Perkins in. “One for the money, two for the show, three to get ready, now go cat go.” Het is alsof Don Antonio Elvis Presley dansend tussen de gordijnen laat meekijken. De ontspannen rockende ‘italiana’ groep speelt met veel kwaliteit nummers van het uitstekende debuut.

 

Alejandro Escovedo van 10 januari 1951 debuteert met The Nuns in 1980. In 1992 is Gravity de eerste solorelease. De Amerikaan maakt americana met uitstapjes naar de rock, new wave en zelfs de punkmuziek. In Het Zonnehuis laat hij Don Antonio de set openen. De groepsleden hebben een colbertje aangetrokken en musiceren ontspannen. Can’t Make Me Run is een gewillige opener en geeft de groep en Escovedo de tijd om aan elkaar te wennen. De vijf muzikanten passen binnen een paar minuten naadloos bij elkaar. Het relaxte geluid van de Italianen past perfect bij de composities van de Amerikaan. In Castanets blijkt hoe goed de groep en de zanger al op elkaar ingespeeld zijn. Het intro is een kruising van ZZ Top en Slade en pas bij het eerste couplet wordt het de compositie van Escovedo. De gitaren van Gramentieri en Escovedo gaan het duel aan, de drummer en de bassist leggen een spijkerhard fundament en de saxofoon vult de benodigde gaten in de song.

Escovedo mag graag vertellen en laat in elk verhaal veel namen vallen. Hij vertelt dat hij Don Antonio tot een paar weken geleden niet kende. Howe Gelb en Dan Stuart gaven hoog op van het viertal en bij de eerste repetitie voelde Escovedo dat het goed zat. Hij schakelt door naar een verhaal over zijn zoon, die ook muzikant is. Het nummer Down In The Valley is voor zijn hem. Sister Lost Soul schreef hij samen met Chuck Prophet om Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club te eren. Voor Sally Was A Cop vertelt Escovedo over een tournee in de vorige eeuw. Zijn groep speelde zeven shows in zeven weken. “We spent a lot of time on the floors of fans, this was bad touring,” en de groep gaat rockend los. Het duel tussen de gitaristen is opnieuw mooi om te zien. Vanuit de zaal komen mensen naar voren om geknield voor het podium twintig seconden video te schieten. Het laatste nummer is Always A Friend van Bruce Springsteen. “I’m a namedropper, as you can know now,” en Escovedo introduceert zijn beroemde landgenoot als een persoonlijke vriend.

Gramentieri opent de eerste toegift. A Thousand Kisses Deep van Leonard Cohen krijgt een ontroerende uitvoering. Na aanhoudend applaus komt de groep voor een tweede keer terug. Escovedo wil nog een keer vertellen. Hij speelde in de jaren van new wave en punk in The Nuns. De groep opende voor het laatste optreden van Sex Pistols in Amerika. Na het optreden zakte hij door met Sid Vicious en tot hilariteit van het publiek is er de anekdote dat de twee muzikanten de beursgang en de nationale economie bespraken. Chelsea Hotel is het laatste nummer. De aankondiging is leuker dan de wat slordige uitvoering van het nummer. Het is Alejandro Escovedo en Don Antonio vergeven. De gelegenheidsformatie zorgt in Het Zonnehuis voor een avond prima vermaak.

Foto’s Peter Hageman

Jaks Schuit Author