Levi Cuss, Night Thief

Voor de songteksten van het tweede album Night Thief haalt de Canadese singer-songwriter Levi Cuss inspiratie uit zijn persoonlijke geschiedenis: drugs – en drank verslaafd, ex-gevangene, gescheiden, verlies van dierbaren. Het levert elf songs op, die hij schreef tijdens een lange tour door Canada, na het uitkomen van zijn debuutplaat It’s War in 2013. Voor de studio-opnames in Nashville, Tennessee, wist hij multi-instrumentalist Steve Dawson aan zich te binden. Het snaren wonder bespeelt naast akoestische- en elektrische gitaren, weissenborn, dobro, banjo lap- en pedal steel, ook keyboards (piano, orgel) en neemt bovendien de productie voor zijn rekening. Zijn studiobijdragen – ondersteund door bassist John Dymond en drummer Gary Craig – zijn altijd een garantie voor extra kwaliteit, wat ook weer van dit album afstraalt. De op folk, country en blues geënte, niet in alle gevallen even pakkende composities, krijgen dankzij Dawsons aanpak fraaie, vitale, warme inkleuringen. Ze variëren van rustig gitaar gedreven rockers à la Neil Young tot atmosferische ballads, indachtig Cuss’ grote muzikale voorbeelden Townes Van Zandt en JJ Cale. Van laatstgenoemde verandert hij Bringing It Back (staat op Naturally uit 1971) in een lekker boogie-blues arrangement, waar Canned Heat patent op heeft. Coss’ heeft een mooi rauwig, enigszins monotoon stemgeluid, dat juist daardoor flink bijdraagt aan de melancholische, soms wat desolate sfeer van het album.

Night Thief – dat overigens in Canada al in 2014 het levenslicht zag – blinkt niet uit in originaliteit, maar is een muzikaal fraaie, authentieke en persoonlijke plaat, die absoluut gehoord moet worden door liefhebbers van americana.