Puik ren je rot Take Root Festival

TakeRoot2016Het is niet anders: met een line-up van 20 optredens in 8 uur wordt het kiezen tussen veel zien en weinig horen of veel horen en weinig zien. Een dilemma uit luxe, maar lastig niettemin. Uit nieuwsgierigheid kies ik voor optie 2, al geeft dat een beetje een ‘ren je rot’ gevoel. Van de 20 heb ik er 17 gezien. De meeste redelijk aandachtig, sommige wat vluchtig en Karl Blau, Christopher Paul Stelling en Erika Wennerstrom dus helemaal niet.

Lastig is het ook – denk ik – voor muzikanten die openen. Voelt toch als een soort van warming up. De ‘klos’ waren drie muzikanten, exact horizontaal gepland: Gill Landry bracht solo zijn mooie singer-songwriterliedjes zonder veel beleving en wat stijfjes, waarna ik – onderweg naar Drew Holcomb – door JP Harris & The Tough Choices onvervalste hardcore country en western om mijn oren kreeg. Geweldige drive, mooi om te zien, niet om lang aan te horen. Dan Drew Holcomb dus, die zonder zijn band The Neighbors, met een serie ingetogen en krachtige liedjes de toehoorders makkelijk achter zich kreeg.

drew-holcomb-2

Tijd voor Admiral Freebee, onze Vlaamse vriend die in zijn eentje de niet volle grote zaal vooral ook aan het lachen kreeg. Binnen het stramien van ruige melodieën dankzij vlammende elektrische gitaarakkoorden, switch hij plots van in het Engels gezongen teksten naar vermakelijk geestige grappen in smeuïg Vlaams. Liefst interactief met het publiek. Een hilarisch stemmende podiumpersoonlijkheid die het midden houdt tussen muzikant en cabaretier en gaandeweg wat doorschoot in dat laatste.

admiral-freebee-3

Totaal andere kost bood Sam Beam en Jessica Hoop. Een veel te grote overgang eigenlijk om na de Belghamel de buitengewoon fragiele liedjes en de hemels hoge stem van Hoop op waarde te schatten. Vrolijk en spontaan was het optreden van zangeres Carter Sampson, begeleid door Oklahoma Roots Revue. Mooi heldere stem, aardse liedjes, een aanwinst in de wereld van de country.

carter-sampson-1

Benieuwd was ik naar Rod Picott. Maar die viel wat tegen, ondanks zijn uitstekend begeleidende gitarist Sergio Webb. Zijn ironische anekdotes over zijn uitstekende liedjes was hartverwarmend, maar zijn stem en zangmicrofoon lieten hem in de steek. Waarna ik in de kelder van de Oosterpoort afdaalde om Barna Howard nog een tijdje solo aan het werk te zien. Ook bij hem mooie singer-songwriters liedjes, doch de uitvoering was een tikkeltje aan de fletse kant.

Terug in de bovenwereld is het in de grote zaal de beurt aan Daniel Romano, de revelatie of beter nog de sensatie van de alternatieve country van de laatste jaren. Zijn zeer hecht spelende band, en Romano’s door ziel en zaligheid gedreven performance is een lust voor oog en oor, nog eens versterkt door de sublieme Emmylou Harrisachtige tweede stem van het zusje van Jenny Berkel. Vier songs van Doug Seegers kreeg ik mee. Degelijke, traditionele country, echter opgewonden werd ik er niet van. Opgewonden raken! Daar zou Matthew Logan Vasquez, voormalig frontman van Delta Spirit, voor gaan zorgen. Zag lang niet alles, maar wat ik zag had een hoog bravoure gehalte, waarmee het trio zichzelf in zekere mate de mist instuurde.

daniel-romano-3

In groot contrast daarmee was het optreden van Jenny Berkel. Begeleid door haar zus op gitaar en zang bracht ze haar verdienstelijke, tere folk liedjes timide en met enige aarzeling voor het voetlicht. In de afgeladen kleine zaal maakte Robert Ellis en zijn band hun opwachting om zijn variant van countrymuziek over ons uit te storten. Ja storten, want het was een enerverende, stuiterende set waarin stevige gitaarduels domineerden in zijn van elk genre overstijgende songs. Lieflijke passages wisselden af met beulswerk op gitaren en met de altijd stoïcijns lijkende ritmetandem als achtergronddecor, maakten het tot een bijzondere belevenis.

robert-ellis-2

(On)betwiste headliner The Jayhawks had ik toen al in de overvolle grote zaal achter me gelaten. Geoliede muziekmachine, zo was mijn indruk. Tikkeltje saai. Weinig beleving van de bandleden die zich professioneel kweten van hun taak. Nee, dan Torgeir Waldemar, de Noor die in gitzwarte outfit (inclusief zijn haar)aantrad, welke kleur ook gold voor de lange, uitgesponnen, regelmatig van tempo wisselende songs: zachte passages waarin orgel en zelfs ‘n keer de zingende zaag een prachtige rol vervulden en vervolgens overging op snoeiharde, vervormde, maar steeds melodierijk (slide) klinkende gitaren en vice versa. Fascinerende dynamiek. Er was een grote maar: van hem was geen album te koop.

the-jayhawks-2

Voorafgaand aan het optreden van Waldemar stond ik even stil bij de Ben Miller Band, een bont en rauw ogend gezelschap en zo speelde ze ook. De band, met een one string basspeler en een als een soort van Mardi Gras/Dr. John verklede wasbordspeler in de gelederen, begon met een pakkend country-soulnummer, maar Millers furieuze, tamelijk eentonige slide-gitaar spel zal toch in honky tonks het beste uit de verf komen.

ben-miller-band-1

Van de Oklahoma Roots Revue had ik, zeker na het zien van Carter Sampson, wat meer verwacht. Wisselvallige kwaliteit van liedjes en uitvoering, misschien omdat er drie leadzangers stonden (als je tenminste daarvan nog kunt spreken) met ieder een heel verschillend – van schril tot rafelig – stemgeluid.

Ten slotte: een flinke pluim voor iedereen die aan de puike organisatie bijdroegen.

Foto PrickenPics