Donnie Fritts, Oh My Goodness

Donnie Fritts, Oh My GoodnessDe 73 jarige Donnie Fritts is een ‘unsung hero’ uit de rijke muziekgeschiedenis van Muscle Shoals, Alabama (60 en 70’er jaren). Als songwriter leverde hij geweldige liedjes aan die door muzikanten als Dusty Springfield, The Box Tops, Ray Charles, Waylon Jennings, Charlie Rich en Dolly Parton bekendheid kregen. Daarnaast was Donnie als toetsenist jarenlang actief als sessiemuzikant en trad hij met zijn keyboards jaren lang op in de band van Kris Kristofferson.

Het was John Paul White (The Civil Wars en actief voor Single Lock Records) die Donnie Fritts overhaalde om weer eens een schijf te maken. Tot dusverre heeft Donnie er slechts 3 gemaakt. Oh My Goodness is het resultaat. Dit album is een mix van oude en nieuwe liedjes die in een intieme setting zijn opgenomen. Errol Flynn, geschreven door Amanda McBroom (1997) is de opening tune. Een prachtige positieve song over gemeenschapszin en dat het leven waard is om te leven. Donnie zingt het met zijn enigszins krakende soulvolle stem zichzelf begeleidend op zijn Wurlitzer. Als 15 jarig jochie speelde Fritts als drummer in de band Hollis Dixon and the Keynotes. In de nieuwe song Tuscaloosa, 1962 kijkt hij terug op die woelige periode. De song Memphis Women and Chicken doet mij denken aan een verhaal dat Swingmaster-eigenaar Leo Bruin mij ooit vertelde. Hij had de zwaarlijvige countrybluesmuzikant Big Joe Williams naar Groningen gehaald. Toen Big Joe met veel moeite de trap had genomen in het huis boven de winkel vroeg Leo wat hij graag wilde. Het antwoord luidde: Fat Women and Chicken! De titeltrack is ook een nieuwe song van Donnie Fritts met Spooner Oldham op orgel. If It’s Really Gotta Be This Way is vooral bekend in de voortreffelijke ontroerende uitvoering van Arthur Alexander. Maar de wijze waarop Donnie de song speelt is ook niet mis.
Oh My Goodness is een heerlijke southern soulschijf voor liefhebbers die gaan kwijlen bij het horen van deze muziekstijl. (Single Lock Records)

Paul Jonker Auteur