Hazmat Modine

Hazmat ModineEen probleem kan Extra-Deluxe-Supreme best hebben. “Aan een boom, zo vol geladen, / mist men vijf zes pruimen niet.” De beroemde woorden van Hiëronymus van Alphen (1746-1803) kenmerken de nieuwe cd van het New Yorkse Hazmat Modine als geen andere. Overvloed is hier het kernwoord. De acht leden van dit eclectische muziekgezelschap (‘band’ doet de veelzijdige vakbekwaamheid van deze muzikanten geen recht) spelen de sterren van de hemel. Tuba, saxofoon, trompet, banjo, gitaar en de diatonische mondharmonica. Hoor die Wade Schuman in End Of Sweet Dreams dat laatste instrument eens aan zijn lippen zetten! In midtempo bestrijken de heren en dames vele landstreken en de daaraan gerelateerde muziekstijlen zodat een hoogst opmerkelijk samensmelting van jazz, cajun, country, klezmer, gospel en (ze noemen het zelf) ‘Egyptische Afro-pop’ te horen valt. Waar ze nog aan toe voegen dat de term ‘barokke blues’ wat hen betreft ook best mag vallen.

Het probleem van het probleem waar deze cd niet helemaal van slag van raakt, maar toch, is dat het hier het zingen betreft. Misschien nog niet eens de techniek van het zingen. Toonhoogte, samenzang en frasering, het is allemaal dik in orde. Nee, het is de voordracht die het wat af laat weten. Waar de band live ongetwijfeld een hele zaal moeiteloos een halve meter omhoog speelt zodat podium en publiek op gelijke hoogte vertoeven, is het de zang die de luisteraar thuis aan de grond gekluisterd houdt. Natuurlijk, dit gezelschap en hun muziek mag niet worden gevraagd om de energie van een Chuck Berry, om maar eens iemand te noemen, te evenaren. Per slot van rekening speelt Hazmat Modine geen rock ‘n’ roll. Maar iets meer vuur, betere stemmen? Graag! Het had van Extra-Deluxe-Supreme een plaat om u tegen te zeggen gemaakt. Nu zeggen we ‘jij’ en ‘je’ tegen dit werk als we onze waardering kenbaar maken en een schouderklopje uitdelen. (JARO)

Wim Boluijt Auteur