Whitehorse, Leave No Bridge

Whitehorse, Leave No BridgeVanaf 2011 maakt het echtpaar Melissa McClelland en Luke Doucet uit Hamilton, Canada samen muziek onder de naam Whitehorse. Eerder hebben beiden een afzonderlijke muziekcarrière, waar-in Doucet opvalt als producer en studiogitarist voor talrijke collega-muzikanten. Eigen albums maakt hij ook. Die maken één ding duidelijk: hij is een groot liefhebber van muzikale pluriformiteit, diplomatiek gesproken. Van snoeiharde punk tot fragiel singer-songwriterwerk, van barokke-pop tot schroeiende wildwest soundscapes. Een avonturier en grensverlegger, eigenschappen die niet per definitie garant staan voor aantrekkelijke albums. Inderdaad, ik vind ze doorgaans niet te pruimen, recht voor zijn raap gezegd. Melissa is wat dat aangaat eenvoudiger en bescheidener. Ze maakt een handvol albums, met folk-pop die nauwelijks opvallen en dat is het wel.

Samen zijn ze heel erg goed, al profileert Doucet zich ten opzichte van zijn vrouw veel sterker. Dat blijkt al bij het verschijnen van het titelloze mini-album in 2011, dat meer steunt op zijn solorepertoire dan op dat van haar. Voor succes maakt dat niet uit, de Canadese muziekpers reageert heel enthousiast op de kleine eersteling, reden om snel daarna het volwaardige album The Fate of the World Depends on This Kiss te maken, dat trouwens pardoes in mijn top-10 van 2012 zal belanden. Prachtplaat! Avontuurlijk, atmosferisch en het allerbelangrijkste, het zijn liedjes met kop en staart.

Op Leave No Bridge Unburned borduurt hij voort op de aanpak van zijn voorganger, zij het dat de songs compacter zijn en het gebruik van loops zo goed als achterwege blijft, zaken die trouwens het album niet direct toegankelijker maakt in vergelijking met zijn voorganger. Aan de wendbare, soms volle, complexe arrangementen en de bonkige, dynamische productie is weliswaar met elke luisterbeurt meer te ontdekken, maar dan dient de luisteraar het mozaïek van diverse stijlen grondig op zichzelf te laten inwerken. De plaat biedt immers een kruisbestuiving van rock (‘n’roll), pop, surf, twang, folk, country, sixties, beat en soul. Het is kost waar je een tijdje op moet kauwen, eer je de smaak ervan te pakken krijgt.

Het bespelen van alles wat snaren heeft, is Doucet’s tweede natuur. Wie hem weleens live heeft gezien zal dat kunnen beamen. Hier horen we het prachtig bollende geluid van de Gretsch-gitaar in de temporijke nummers en ook de lieflijk zwevende noten in dromerig stemmende ballads. McClelland, als gezegd in een bescheidener rol, zingt heel mooi. Solo of in duet met manlief. Daarnaast speelt ze gitaar en percussie. Voor het vervolmaken van het eindresultaat is op enkele nummers nog een aantal drummers en toetsenisten (piano, orgel) ingezet en heeft het producers- duo Gus Van Go en zijn maat Werner F meer dan voortreffelijk werk afgeleverd. Topper. (Six Shooter Records)