Devon Allman, Ragged & Dirty

Devon Allman, Ragged & DirtyIn 1999 richtte Devon Allman de groep Honeytribe op, dat twee sterke cd’s afleverde en in 2009 ophield te bestaan. Daarna trad hij toe tot de groep Royal Southern Brotherhood, waarvan tot op vandaag drie albums verschenen en waarmee hij inmiddels de halve wereld heeft rond getoerd. Ondertussen hield hij zich ook nog bezig met solo activiteiten en na het album Turqoise uit 2013 verscheen eind vorig jaar Ragged & Dirty.

Waren al zijn voorgaande albums opgenomen ergens in het zuiden van de Verenigde Staten, voor Ragged & Dirty reisde hij naar Chicago om onder leiding van de gerenommeerde producer Tom Hambrigde (o.a. Buddy Guy, George Thorogood, Johnny Winter, James Cotton en Joe Louis Walker) zijn nieuwste op te nemen. Hij wordt hierop bijgestaan door gitarist Giles Cory (Billy Branch), bassist Felton Crews (o.a. Charlie Musselwhite), toetsenspeler Marty Sammon (Buddy Guy), terwijl Tom Hambridge achter het drumstel plaatsnam en tevens vier songs voor het album leverde. Wendy Moten en Bobby Schneck Jr. nemen de achtergrond vocalen voor hun rekening.

Ondanks het feit dat hij zijn inspiratie ging zoeken in Chicago is het geen Chicago blues album geworden, maar blijft het herkenbare, wat zware Allman geluid overeind. Het is een fraai en afwisselend album geworden, waarop de blues en de Southern rock-sound prima gecombineerd worden. Het album bevat een paar stevige Southern bluesrockers als “Half The Truth”, “Traveling”, “Blackjack Heartattack” en de titelsong, Luther Allison’s “Ragged & Dirty”. Wat opvalt, is dat nauwelijks te horen is welke songs door Hambridge en welke door Allman geschreven zijn. De heren voelen elkaar blijkbaar perfect aan.

Naast de titelsong staan er nog twee covers op het album: “Ten Million Slaves” van Otis Taylor krijgt een prima, hedendaagse vertolking, het aloude “I’ll Be Around” van de Spinners had wat mij betreft achterwege mogen blijven. Op het half akoestische “Leavin’” is speelt Bobby Schneck Jr., voormalig lid van Allman’s tour band sologitaar. Hij doet dit uitstekend en heeft een lichtvoetige stijl, die mooi contrasteert met het wat steviger geluid van Allman. “Can’t Lose ‘Em All” is een werkje met een funky tintje, dat helemaal past in de Southern rock traditie. Ondanks het feit dat Devon Allman behoorlijk naam heeft gemaakt in de muziekwereld, doet dit nummer toch onmiskenbaar denken aan vader Gregg.

“Midnight Lake Michigan” is een lang instrumentaal nummer, waar Allman en toetsenist Sammon elkaar perfect aanvullen en met het op de resonator gespeelde slotnummer “Leave The City” komt een mooi einde aan deze cd. De twee overige, nog niet genoemde nummers zijn “Back To You”, een schitterende slow blues en “Times Have Changed”, een prima rocker.

Ragged & Dirty is het beste wat Devon Allman tot op heden heeft uitgebracht en wat mij betreft mag hij zijn solocarrière de komende jaren voorrang geven boven het soms wat incoherente Royal Southern Brotherhood gebeuren.

Ton Kok Auteur