Arthur Adam, Magic, Light

Arthur Adam, Magic, LightDaar zaten ze. Jett Rebel en Leo Blokhuis. Op 25 maart 2015 in DWDD spraken ze over Brian Wilson. Er verschijnt in juni een film over deze ooit zo verguisde muzikant (ik herinner met de zuinige reacties op zijn prachtige eerste soloalbum uit 1988 nog als de dag van gisteren) en inmiddels is er ook een nieuwe soloplaat. Rebel (“Mag ik Jett zeggen?”) en Blokhuis staken de loftrompet. Met reden, of course. Toen ging het mis. Met op zijn T-shirt de tekst ‘Brian Wilson is my God’ zong Jett Rebel een bij wijlen behoorlijk vals Surf’s Up.

Waarom niet Arthur Adam gevraagd? Zijn prachtige, laatste album gaat van start met A Parade. Over de dag die ten einde zal raken en dus voordat het zover is maar beter gevierd kan worden. Je kunt je niet voorstellen dat Brian Wilson niet op enigerlei wijze van invloed is geweest op een liedje zoals dit. Nu gaat het niet aan om de ene muzikant te verheffen ten koste van het neerhalen van de andere muzikant, toch kon een gevoel van onbehagen na voornoemde uitzending niet van me afzetten.

De liederen (zo spreekt Adam als hij het over zijn composities heeft en waarlijk, daar heeft hij een woord van waarde bij de kladden) van Magic, Light zijn allemaal ontstaan en opgenomen in de periode 2011-2013. Over licht gaat het. En dan komen al snel de regels van Nijhoff uit Het licht op.

Het licht, Gods witte licht, breekt zich in kleuren:
Kleuren zijn daden van het licht dat breekt.

En die van Hans Andreus uit Liggen in de zon.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen

te zingen van het licht dat om en op mij ligt. Magic, Light verscheen vorig jaar. Op 12 september 1914 om precies te zijn. Dat is in deze wereld van haastje-repje zowat een eeuw geleden. Eerlijk gezegd geloof ik dat Arthur Adam niet meer op deze recensie gerekend heeft. Want de tijd, die heeft wat voeten in aarde. Wie luistert er nog naar het groeien der dingen?

Het heeft me tijd gekost, dit Magic, Light. Dat eerste liedje, ik vond het lange tijd maar niets. Te theatraal, te groots van gebaar. Dat kinderachtige (letterlijk) koortje. En Come Bury My Gloves klonk me aanvankelijk te ‘cabaresk’ in de oren. Er waren ook liederen die meteen de toon zetten zoals To Learn How To Fly, waarin gewichtsloosheid bezongen wordt alsof het bestaat. Een piano, nog wat toetsen en een ingenieus geprogrammeerd drum- en percussiepatroon. Ook Paths sprak boekdelen. Hoewel menig lied vakkundig is gecomponeerd en niet zelden van een fraaie melodie of wat is voorzien (Soap Residu!), is het de stem van Arthur Adam die Magic, Light van vorm tot inhoud verklankt.

Ja, ja, de tijd nemen voor iets, het zal wel. Want hoe kan het toch, zo hoor ik u denken, dat deze plaat maanden vroeg én kreeg? Ik geloof dat Radiohead daarop het antwoord is. Het is niet onredelijk om het werk van Arthur Adam als door deze band beïnvloed te zien. Aangezien er weinig bands meer op mijn zenuwen werken dan juist deze band, voelde ik misschien aanvankelijk een lichte wrevel bij elke beluisteren van Magic, Light. Daarmee is niet gezegd dat Adam een blauwdruk van Thom York zou zijn. Er zijn immers meer muzikale invloeden te bespeuren. Zelf spreekt hij in dit geval van Andrew Bird, Joni Mitchell, Satie en Coltrane.

Magic, Light is een plaat die oplicht. Langzaam. Maar zeker. Gloren. Nog zo’n woord van waarde. Oog voor het uitspansel hebben en dan pas horen.

Wim Boluijt Auteur