Ron Sexsmith, Carousel One

Sure as the sky is wide, to hold every prayer inside
As sure as the sky is, I know things are looking up
(Sure As The Sky)

Ron Sexsmith, Carousel OneRon Sexsmith, anyone? Meestal volgt dan een stilte. In een enkel geval lijkt het alsof er op ‘play’ is gedrukt. Een niet zelden wat onsamenhangend betoog waarin woorden als ‘miskend’, ‘geniaal’, ‘beste liedjesschrijver’ en ‘volkomen onterecht’ worden gebruikt, volgt. Want ook in het zo kleine wereld van ‘onze’ muziek tiert het geloof welig. Kleine evangelisten die elkaar de loef trachten af te steken: predikers van pracht. Geloof het nu maar! De subjectiviteit van het smaakoordeel is onontkoombaar. Erg in mijn nopjes met Kintsugi (2015) van Death Cap For Cutie dat ik een paar keer online beluisterde, lees ik daarna met verbazing een aantal uiterst kritische recensies. En de lof die Carrie & Lowell (2015) van Sufjan Stevens vooruit snelde, werd tijdens het beluisteren van de uitermate slechte eerste (transparante) persing ontmaskerd: wat een ontzettende zeurpietplaat is me dat. Al dat gezucht in de liedjes die ook allemaal nog eens op elkaar lijken en bol staan van zelfbeklag, grrr. Vergis ik me in het laatste geval? De tijd zal het leren.

Ron Sexsmith dus. Carousel One, vernoemd naar de bagagetransportband van het vliegveld van Los Angeles waar de koffers van de vluchten uit Toronto aankomen, is zijn veertiende album. Sinds Ron Sexsmith (1995) luister ik naar zijn werk. Mooiere liedjes dan Speaking With The Angel, There’s A Rhythm en Secret Heart, ik ken ze niet. Als Mitchell Froom hem produceert (zoals op Forever Endeavour uit 2013 na enige tijd weer eens het geval was), lijkt hij het best tot zijn recht te komen. Een stelling die meteen onderuit gehaald wordt door het door Jim Scott geproduceerde Carousel One. Die laat me het orgel van John Ginty gewoon in de Cor Steyn/Klaus Wunderlich modus opereren. Zeer fraai! En met Bob Glaub, Don Heffington en Jon Graboff erbij is de technische uitvoering van de liedjes natuurlijk meteen boven alle twijfel verheven.

Een goede plaat dus? Zeker. Maar de muziek van Ron Sexsmith is, net als die van Jesse Winchester en Nick Lowe, wat de Engelsen een acquired taste noemen. Precies dát zullen de liefhebbers van dat laatste album van Sufjan Stevens me in het gezicht willen werpen. En gelijk hebben ze.

Wim Boluijt Auteur