Rob Lytle, A Hypocrite Of Heart And Hope

Rob Lytle, A Hypocrite Of Heart And HopeZijn vorige CD droeg de door punctuatie opvallende titel ‘You.Must.Stop.’ (2011). Nu belooft singer-songwriter Rob Lytle ons songs in het country, rock en folkpop genre, verpakt in zeventiger jaren stijl. Hij heeft zich verzekerd van de vakkundige medewerking door ervaren muzikanten als Thomm Jutz (gitaren), Barry Walsh (toetsen) en Lynn Williams (drums). Klinkt veelbelovend!

Rob groeide op in de deprimerende, door staalindustrie gedomineerde omgeving van Youngstown, Ohio. Als tiener legde hij liedjes, die hij in zijn hoofd hoorde zingen, vast met een simpele cassetterecorder. Hij begon aan een studie Engels, maar kreeg van zijn mentor het advies om levenservaring op te doen en onderwerpen te zoeken waar hij over kon schrijven. Tot 1986 was hij leadzanger en leverancier van songs voor humoristisch The Other Side, met Elliot Ingersoll op gitaar. Rob verhuisde naar Boston, deel uitmakend van de bloeiende folk scene in de vroege jaren negentig. Hij nam toen verschillende albums op, voor ‘Rob Lytle’ (1995) vroeg hij Geoff Bartley als co-producer, toekomstige folksterren Dar Williams en Ellis Paul zongen met hem mee. Rob onderbrak zijn muzikale carrière veertien jaar lang om voor zijn gezin te zorgen. Eind 2009 kwam hij voorzichtig weer tevoorschijn, om in 2011 de finale van de Kerrville Folk Festival Songwriting Competition te bereiken.

Deze door Thomm Jutz geproduceerde en in Nashville opgenomen CD luistert heel lekker weg! Vloeiend, met vlotte melodietjes en uiteraard uitstekend gespeeld. Rob heeft een prima Don Henley-achtige stem en de knipoogjes naar klassiekers hebben effect. Zijn achtergrond als dichter, verhalenverteller en stand-up comedian vertaalt zich hier in de slimme, afgewogen woordkeuze.

“Come South” is een sfeervolle opener: “It’s cold here in Chicago / When the wind blows off the lake”, dus zijn uitnodiging ligt voor de hand. “The Way We Used To Love” en “Pretending That You Love Me” zijn aanstekelijke uptempo liedjes, met fijne gitaar, toetsen plus koortjes van Britt Savage en Peter Cronin. De invloed van Jackson Browne is duidelijk hoorbaar in “Mother, Can You Hear Me?” en “Little Loser”. “Trouble” kreeg het typische ritme van een Johnny Cash nummer mee, terwijl de traditionele country met pedal steel in “Drunk Girl” aan Merle Haggard doet denken. Via de akoestische traditionele folk van “Oh Dying” en het sentimentele “Daddy Let Me Help You” komen we bij het leuke afsluitende conferencier-liedje “My Masterpiece”.

Ja, Rob maakt zijn belofte waar, dit is inderdaad een fijn album in zeventiger jaren stijl geworden! (Independent)

Johanna Bodde Auteur