The Decemberists, What a Terrible World, What a Beautiful World

The Decemberists, What a Terrible World, What a Beautiful WorldBijna sluit het Café. Als laatste ga ik weg. Bij de deur heeft Jan de sleutel al in zijn hand. Dan bedenk ik dat ik iets vergeet. “Jan, die James McMurty, hebben we daar nog een exemplaar van?” Jan knikt en zegt “Loop even mee.” Door de deur achter de tapkast komen we in een stelsel van gangen waar bezoekers geen weet van hebben. Al kennen we vaste gasten die er weleens naar vragen. “Wat is dat toch daar, achter die deur?” We glimlachen dan vriendelijk en mompelen iets over ‘de essentie van het Café’ of ‘waar de werkelijke waarde zich openbaart’. In de gangen staan de gewone cafédingen zoals biervaten, taphendels, dozen met glazen, stoelen, tafels en barkrukken. Net voorbij de dozen met chips stoppen we voor een deur waarop staat te lezen: ‘magazijn van het onophoudelijk zingen’. Jan opent de deur. Onafzienbare rijen met vinyl, cd’s, cassettes, banden en downloads, allemaal gehuld in een stoffig waas van licht. Er weerklinken duizenden liedjes. Zacht, onontkoombaar en zonder dat er sprake is van geluidsbrij. Als de aandacht op één liedje wordt gevestigd, wijken de andere als het ware wat terug. Ik hoor These Things I’ve Come To Know van Complicated Game. Net op dat moment heeft Jan de plaat ineens in zijn hand. Ik kijk hem vragend aan. “Ach”, zegt Jan, “het denken aan een liedje of een plaat is in dit magazijn genoeg.” Terwijl ik Complicated Game aanpakte, denk ik ineens aan The Decemberists. En daar weerklinkt het onweerstaanbare The Cavalry Captain en in mijn handen heb ik nu ook What A Terrible World, What A Beautiful World. “Hoe kan dat?”, vroeg ik Jan. “Deze plaat heb ik toch nog niet besproken?” “Dat”, antwoordde Jan, “is het geheim van het magazijn van het onophoudelijk zingen. De zing van het bestaan, die niemand kan verklaren.”

Op weg naar huis, de straten aan de voeten van de gedachteloos schaduw werpende silhouetten van bomen en lantarenpalen, hoor ik What A Terrible World, What A Beautiful World. Verbaast constateer ik dat ik geen apparaat bij me heb waarop muziek afgespeeld zou kunnen worden. Hoe kan ik Colin Meloy dan toch zo duidelijk de volgende zin uit Philomena horen zingen?

All that I wanted in the world
Was just to live to see a naked girl
But I found I quickly bored
I wanted more, I wanted more

Aangekomen op de markt begrijp ik het: ik ben een speler geworden. Iets van het magazijn van het onophoudelijke zingen van het Café vergezelt me. Wat zou Jan, die ook op weg naar huis was, op dit moment horen? Ik vergeet hem onmiddellijk weer. Want Colin Meloy, schrijver van kinderboeken en broer van schrijfster Maile Meloy, en de rest van The Decemberists laten Lake Song horen en dat is alles wat op dit moment speelt. Alweer een prachtig liedje van deze wat ongrijpbare en daardoor zo vaak onbegrepen band. De verhalende, niet zelden enigszins literaire teksten, de mengeling van folk, prog (vooral op The Crane Wife uit 2006) en rock, de subtiele ironie en humor, ze weerspiegelen de kracht van de naar een onvoltooide roman van Tolstoy vernoemde band. Maar juist omdat deze elementen zo met elkaar verweven zijn, lijken ze elkaar op te heffen. De eeuwigdurende honger van het verlangende jongetje naar het naakte meisje (ook al bevinden beiden zich inmiddels in een verzorgingshuis), beschreven in het tekstfragment hierboven, is daar een goed voorbeeld van. Goed luisteren, of liever gezegd ‘lezend luisteren’ is het devies. Na een sterke reeks van vier platen, beginnend bij het debuut Castaways and Cutouts (2002) volgde het misschien wat al te conceptuele The Hazzards of Love (2009). Dat laatste album leverde de band voor het eerst kritiek op. Of die terecht was? Luister naar het onweerstaanbare The Wanting Comes In Waves van dat album en ga daarna de platen die u kent na. U zult moeten constateren dat dergelijke, onweerstaanbare liedjes dun gezaaid zijn. Na het sobere The King Is Dead (2011) is What A Terrible World, What A Beautiful World dus het zevende werk van het vijftal uit Portland, Oregon. Er zijn mensen die opnieuw teleurgesteld zijn. Dat kan natuurlijk. Soms gaat het zingen je juist in de koude kleren zitten.

Daar doemt mijn huis op. De kille nacht strekt zich wit uit over de autoruiten. Uit mijn mond rookt adem. Maar mijn kleren zijn warm. Gespeeld ben ik thuis gekomen. Het plaatje is af. (Capitol)

Wim Boluijt Auteur