Grace Griffith, Passing Through

Grace Griffith, Passing ThroughEen heel bijzondere zangeres, deze Grace Griffith. Ze is diep geworteld in het Keltische repertoire, waarbij ze zingt met een stem die sterk verwant is aan die van haar toenmalige vriendin Eva Cassidy, maar ook aan die van de Ierse grootheid Mary Black (Blix Street Records, opererend vanuit Californië, trok haar aan in de jaren 90 als opvolger van hun belangrijkste artiest, Mary Black). Grace groeide op in een gezin met 10 kinderen op een boerderij in Maryland, USA. Ze begon met muziek (gitaar, zang) maken als jong meisje, speelde in kleine koffiehuizen, maar ze moest een praktisch getinte opleiding afronden van haar ouders, dus studeerde ze af als fysiotherapeut in 1978. Maar de muziek bleef trekken, ze zong in lokale Ierse bands (in Washington, DC), ‘The Hags’ (waar ze werd opgevolgd door Mary Chapin Carpenter) en ‘Connemara’ (twee CD’s, in 1993 en 1995). Haar eerste soloCD stamt ook uit 1993, later door Blix Street Records opgepikt. Grace tipte Eva Cassidy (Eva was een grote fan van Grace, en Grace werd een fan van Eva) bij Blix Street Records in 1996, toen Eva al ernstig ziek was. Het was het begin van een bijzondere postume carrière van Eva. Grace had haar eigen fysieke problemen toen bij haar in 1998 de ziekte van Parkinson werd geconstateerd. Het had een enorme invloed op haar leven, maar ze bleef muziek maken,nu alleen zang (door haar ziekte moest ze het spelen van instrumenten opgeven). Met ‘Passing through’ is zij aan haar zesde solo-CD toe. En wat een juweel is het! Prachtige, bijna hemelse Keltische muziek. Grace heeft een schitterende engelachtige stem, de begeleiding is subtiel akoestisch. We horen piano, fiddle, cello, gitaar, fluit, bas, accordeon, bouzouki, Keltische harp, mandoline en whistle in de meest fraaie en gevoelige arrangementen. Het repertoire mag ook verrassend worden genoemd met covers van Laurie Lewis (‘The wood Thrush’s song’, a cappella gezongen), Emmylou Harris (‘Cup of kindness’), een supergevoelige versie van ‘Nature boy’ (een hit voor Nat King Cole in 1948, later gezongen door een keur aan artiesten, o.a. Frank Sinatra en Grace Slick ), een paar heerlijke traditionals (‘Down by the Sally gardens’, ‘Bridget O’Malley’, ‘I wish my love was a red rose’). Mijn favoriet is ‘Loud are the bells of Norwich’, van ene Sydney Carter en gebaseerd op een gedicht van Julian of Norwich.

Een absoluut juweel van een CD. Ongelofelijk, wat deze Grace Griffith nog voor elkaar krijgt ondanks haar enorme beperkingen. Het heeft hierdoor zo’n twee jaar geduurd om de opnamen af te ronden. Een hele grote aanrader, een topper in het Keltische genre!!!! (Blix Street Records)

Fred Schmale Auteur