Shannon Lyon, The Lights Behind

Shannon Lyon, The Lights BehindTegenwoordig woont hij aan een onverharde zijweg van de Yellowhead Highway, de verbinding tussen Jasper en Kamloops in British Columbia. “Ik word weer verliefd op Canada”, zegt Shannon Lyon. Na een verblijf van ongeveer tien jaren in Europa, vierde hij zijn thuiskomst met het opnemen van deze nieuwe altcountry CD. We tellen maar liefst zeventien tracks, het is een retrospectief met een viertal recent geschreven liedjes daar tussenin.

Rond 1990 speelde hij elke donderdagavond met zijn band Strange Days in Kitchener, Ontario. Toen hij die sleur niet meer kon verdragen, kocht hij een enkele reis Amsterdam. De creatieve impuls zorgde voor een aantal geweldige albums en veel optredens. “De krachtigste manier om een liedje over te brengen, is om het zelf eerst beleefd te hebben”. Shannon nam dit iets te letterlijk, het donkere nummer “Barcelona” schreef hij met de fles absint bij de hand. Toen hij in Berlijn woonde, is hij -gelukkig- gestopt met drinken, nu houdt hij het bij een kop koffie en focust op zijn werk. “I feel a lot more joy – less darkness”.

Shannon’s oude vriend, producer Rob Szabo, selecteerde songs uit twintig jaar Lyon-muziekgeschiedenis. Veel fans kennen de eerste opnamen niet, omdat sommige platenlabels niet meer bestaan. “Cornerstore” en “Last Time I Cried” schreef Shannon bijvoorbeeld, toen hij 21 was. Dit is misschien wel zijn beste album tot nu toe. Aanbevolen voor een eerste kennismaking en voor de doorgewinterde liefhebber, want de oudere liedjes zijn opnieuw prachtig gearrangeerd. Dit vormt één gevarieerd geheel, wisselend in tempo, maar steeds boeiend.

De stem van onze troubadour is zelfs beter geworden: doorleefder, iets rafeliger misschien, nog steeds met de typerende keelklanken, maar met meer gevoel. Hij speelt als altijd uitstekend akoestische gitaar en harmonica. Eerlijk, diep persoonlijk, melancholiek en ’n tikje nostalgisch, durft hij zich kwetsbaar op te stellen en zijn ziel bloot te geven. Hij vertelt zijn verhalen, vol met goede en slechte herinneringen.

We luisteren naar het grappig aanstekelijke “Mods Rule” (“Well, apple pie sounds pretty good to me right now”), het mooi opgebouwde “Soul Of The World” (met Mike Roelofs op keyboards) en “Nobody Else” met een Sixteen Horsepower tintje; naar een absoluut hoogtepunt als “Dirty Old South” (met de ontroerende bekentenis “When I think of it all / It’s hard to forgive myself”), terwijl het album effectief eindigt met de eenvoudige regel uit “OK Guy”: “You don’t have to be there when I cry”. (Factor Recordings)

Johanna Bodde Auteur