Scott Matthews, Home Part I

Scott Matthews, Home Part IVanmiddag weerklonk de stem van Roger van Boxtel, belangenverstrengelaar (lid van de Eerste kamer voor D66 en vicevoorzitter van Zorgverzekeraars Nederland) én muziekliefhebber. Laten we ons beperken tot het laatste, want politiek in ons café, daar komt altijd gedonder van. Hij sprak op de radio over zijn nieuwe boek Van trilling tot rilling – De magie van muziek en betoonde zich een gloedvol pleitbezorger voor meer aandacht voor muziek in onze samenleving. Volgens Van Boxtel, die in zijn boek mensen als Jaap van Zweden, Willeke Alberti, Dick Swaab en Leo Blokhuis aan het woord laat, laat de aandacht voor muziek de laatste jaren wat te wensen over. Dat lijkt me een aanvechtbare stelling. Zijn enthousiasme voor zowel klassieke muziek als popmuziek was evenwel oprecht en ik moest eraan denken toen ik me er eindelijk toe zette om deze recensie te gaan schrijven. Want, Scott Matthews, hoe zou Roger van Boxtel over diens nieuwe, vijfde album denken?

Het is muziek die het in de trage tijd van de popmuziek, de jaren zestig en zeventig waarin vinyl als maat van alle dingen was gesteld, goed gedaan zou hebben. Het betrachten van geduld, beluisteren in plaats van luisteren. Muziek die korrel voor korrel valt en pas een hoop vormt als men enige tijd de ogen gesloten heeft gehouden. Die verwijzing naar het uitstellen van deze recensie staat er niet zonder reden. Want wat kost het veel moeite om dit schitterende album van Brit met de aan die van Jeff Buckley verwante stem, te blijven beluisteren. Aanvankelijk dacht ik dat het tekort aan mijn kant lag. Wat later begreep ik dat Matthews het de luisteraar met zoveel verstilling (het kost warempel best veel moeite om zijn knappe spel op de akoestische gitaar op waarde te kunnen schatten en de arrangementen als uitgekiend in plaats van eenvormig te beluisteren) en compositorische terughoudendheid bepaald niet gemakkelijk maakt. Wat zich hier ook wreekt is de mp3-vorm waarin het recensie-exemplaar tot mij kwam. Te weinig tastbaar, kantloos verklankt, onzichtbaar beleefd. Misschien spreekt hier iets van misplaatste nostalgie uit? De hoes op schoot? Misschien, zeker wanneer we het ‘bord op schoot bij Studio Sport’ voor de geest halen. Wie maalt daar nog om? Toch geraakte ook Van Boxtel in vuur en vlam toen Dolf Jansen hem de intro van Gimme Some Lovin’ van The Spencer Davis Group liet horen. Weer zat hij op de middelbare school zei hij. Dansen, wilde hij. Mogelijk overdrijf ik, met die hoes en de nadruk op de letterlijk omliggende vormen van deze muziek. Dit grotendeels door Matthews zelf volgespeelde album dat bedachtzame, aan de oude Cat Stevens en Nick Drake herinnerende muziek bevat, is echter veel te goed om in de alledaagse beslommeringen op te gaan. Je hebt er je handen vol aan, maar pas als je de handen er vol van hebt, geraak je er vol van. Rest natuurlijk de vraag: “Roger, wat denk jij ervan?” (San Remo Records)

Wim Boluijt Auteur