Mister & Mississippi, We Only Part To Meet Again

Mister & Mississippi, We Only Part To Meet AgainDe altijd lastige tweede? Het is een fabeltje natuurlijk, één van de vele verzinsels die besprekers de kans geeft om het besprokene aan een in woorden opgerichte kapstok op te hangen. Want wat denkt u van de vierde? Valt niet mee hoor, na die derde. En de laatste maken gaat meestal ook niet van een leien dakje, zeker niet als je alles al hebt gedaan en gezegd. Hoewel er een kern van waarheid in deze eerste regels schuilt, dienen ze natuurlijk om te maskeren dat ik het eerste album van Mister And Mississippi niet ken. De een aantal jaren geleden in Utrecht op de Herman Brood Academie gevormde band is mij natuurlijk niet onbekend. De lof die het gelijknamig debuut (2013) oogstte, werd namelijk niet onder stoelen of banken gestoken. We Only Part To Meet Again, dat onlangs verscheen, verraste me zowaar. Ik had de band op basis van een half oor en tv-optredens hier en daar min of meer tot de altcountry gerekend. Nu zijn er invloeden uit deze muziekstroming op dit tweede album te bespeuren maar het voornoemde predicaat doet de muziek van Mister And Mississippi tekort.

Alsof men op een zonovergoten maar niet warme voorjaarsdag over een dijk door een polder fietst. Onder aan de dijk, een meter of vijftig van de fietser, bevindt zich een boerderij. Aan een waslijn wappert een bonte was. Een deur gaat open en iemand (een vrouw?) loopt naar de schuur. Vanaf het erf beweegt een hond zich traag naar de lopende toe. Zo klinkt het prachtige eerste liedje van We Only Part To Meet Again. Meet Me At The Lighthouse heet het. De gedachten gaan uit naar het vroege Over The Rhine, toen Ric Hordinsky nog deel uitmaakte van de band. Er kleeft de Nederlandse band ook iets van Low aan: een vooruitstrevende traagheid. Zeker in het schitterende titelnummer. Iemand merkte iets op over teksten die ‘stereotiep’ en ‘eendimensionaal’ zijn. Merkwaardig. In verlies gedrenkte woorden als deze?

See my reflection covered in black
To sit here and wonder how I want it back

De stem van Maxime Barlag (een plaatje, vooral met die hoed). De stem van Samgar Jacobs. Een uitstekende ritmesectie. Gitaren die in de wolken zijn met zichzelf. Producer Reyn Ouwehand. Vooral die laatste is een factor van belang. Zonder de band tekort te willen doen: hij durft het geluid ragfijn groots te laten zijn. Zoals de wind die was tot leven wekt. Gedurende de tweede helft van deze plaat dwalen de gedachten wat af. Ik moet aan Temper the wind to the shorn lamb (2003) van This Beautiful Mess denken. Barlag en Jacobs zingen zoals Arjen van Wijk met stemmen waarin een kantelen vervat zit dat zich aan het wieken vasthoudt. Overigens, die tweede helft groeit wél hoor, als deze de tijd maar krijgt. (V2 Records)

Wim Boluijt Auteur