Serpentyne, Myths & Muses

Serpentyne, Myths & MusesDe cover van deze CD toont een engelachtige, zeer strijdbare vrouw (zie het niet misselijke zwaard in haar handen), een zogenaamde ‘Valkyrie’, op een prachtig paard in een omgeving die verwijst naar de hemel – het is het doek ‘The twilight of the Gods’ Van Howard David Johnson. We zijn dan in de Noorse mythologie terecht gekomen, één van de inspiratiebronnen van de Engelse band ‘Serpentyne’, opgericht in 2010 door Maggie-Beth Sand (lead vocals, harmonium, keyboards, citole) en Mark Powell (hurdy-gurdy, citer, gitaren, keyboards, baglama en achtergrondvocals). Op de cover van het bijgevoegde tekstboekje staat het octet van deze formatie in een landschap van hoog gras, enkele bomen en zware wolkpartijen en je waant je in de middeleeuwen door de kleding en de instrumenten. De Scandinavische middeleeuwen, raad je dan gelijk. En inderdaad, in die richting moet je de muziek van de groep plaatsen. Ze maken een wonderlijke mix van middeleeuws aandoende muziek (de zang doet heel sterk denken aan de Carmina Burana van Orff) met daarbij horende instrumenten als didgeridoo, bouzouki, (blok)fluiten en echte exoten als djembe, darbouka, crotales, tarabouka, descant, frame drums, Franse en middeleeuwse doedelzakken en modernere wereldmuziek en rockinvloeden met daarbij uit de moderne wereld stammende elektrische gitaren, drums, viool en keyboards. De songs zijn ofwel geschreven afwel gearrangeerd door Sand en Powell, bij het schrijven is er altijd een achterliggende invloed van ofwel een legende, of een eeuwenoud gedicht. En van overal komen de invloeden, in ‘Alexandria’ bijvoorbeeld horen we de traditionele Turkse muziek langskomen, in ‘Valkyries’ en ‘Freya’s firedanse’ is het de Noorse mythologie, in ‘Je vivroie liement’ en ‘Douce Dame Jolie’ (voor mij het mooiste nummer, zie verderop waarom) is het een Franse dichter uit de veertiende eeuw, in het tweede nummer is een Bretonse dans ingebouwd. En uiteraard zijn er enkele traditionele Engelse songs (16e eeuw). Maar met name het ritme is bijna altijd heel alledaags.

Een uitermate bijzondere groep, deze ‘Serpentyne’. Nergens mee te vergelijken. Hoewel, ooit in de jaren 70 zag ik in de omgeving van Cahors (Frankrijk) een groep optreden, die voor de pauze een soort alledaagse pop bracht, maar na de pauze doorging op authentieke instrumenten en een in de Langue d’Oc gezongen serie eeuwenoude volksliedjes bracht, compleet met draailier, fluiten en al dat fraais. Ik was perplex en was dat na het beluisteren van deze CD weer. Heel apart! (Independent)

Fred Schmale Auteur