Flying Colors, Second Nature

Flying Colors, Second NatureNa een dag van hard werken, volgde een uiterst smakelijke, Afrikaanse tafel. Voldaan en vergenoegd begonnen de collega’s daarna liedjes uit de oude doos op te diepen. Liedjes die misschien wel iets van een guilty pleasure in zich droegen. Spice Girls en ABBA, dat soort werk. Toen ondergetekende I’ll See You In My Dreams van Giant liet horen, vertrokken de gezichten van de collega’s, die u achteloos alles van Buffalo Tom en Tom Waits zouden kunnen vertellen. Vieze muziek, zo vonden ze. Glad ook. Bombastisch. Gedateerd. Gebaren spraken boekdelen. Ik aan dit vermakelijke voorval denken toen ik de pen ter hand nam om Second Nature te beschrijven. Casey McPherson, Dave LaRue, Steve Morse, Mike Portnoy en Neal Morse, het zijn geen namen die dagelijks over de toog van ons Café vliegen. Steve Morse speelde in Kansas (hoor One Love Forever) en Mike Portnoy drumde bij Dream Theater.

Alsof de heren ook wel wisten dat menig Cafébezoeker zich achter het hoofd zou krabben ten tijde dat hij of zij deze progrock zou horen, namen ze ook Lost Without You op. Glen Campbell (wiens geest op dit moment alleen nog maar aan Alzheimer kan denken) had het kunnen schrijven en opnemen. Daarmee is het gedaan met goede gebaren richting ons Café en beperken de heren zich tot één groot gebaar. Want zo mag het uitstekende Second Nature, het tweede album van Flying Colors, wel heten. Virtuoos en vakkundig weet het vijftal in negen composities de luisteraar om de vinger te winden. Vermits die luisteraar de band daartoe de gelegenheid geeft, want het duurt wel even voordat Second Nature al die aandacht waardig blijkt te zijn. Komt alles wat waardevol is niet pas nadat het veroverd is? Een kraker als Mask Machine is het probleem niet: met zo’n riff is elke band het heertje. Hoe anders ligt dat met het bijna twaalf minuten durende Cosmic Symphony. Complex en lang. En ook groots. Maar dan vangt Neal Morse te zingen aan (terwijl hij ondertussen een fraai ‘toetsriffje’ ten tonele voert) en drumt Portnoy zoals alleen hij kan drummen.

Om over het schitterende gitaarspel van Steve Morse nog maar te zwijgen. En die melodie, meneertje, die melodie, zeker wanneer McPherson de zang van Neal Morse weer overneemt. Maar wat nu als u zich in zekere zin tot mijn collega’s rekent? (Mascot Records)

Wim Boluijt Auteur