David Vidal, World Of Trouble

David Vidal, World Of TroubleEen man met ’n doorleefd gezicht, die een sigarendoosgitaar op de knie houdt, tegen een achtergrond van grote, zeer stekelige cactussen. Ik geloof dat ik al weet, welke kant wij hier uitgaan! David Vidal werd geboren in Gallup, New Mexico, een plaatsje dat genoemd wordt in Bobby Troup’s “Get Your Kicks On Route 66”. Hij had het geluk om op te groeien in een muzikale familie: pa was boogiewoogie pianist, maar zong ook cowboyliedjes en David’s oudere zussen vormden een vocaal trio. Hij begon als tiener liedjes te schrijven, leerde gitaarspelen uit een boek met blues standards, geïnspireerd door Duane Allman experimenteerde hij met open tuning en slidegitaar technieken.

Inmiddels verhuisd naar Denver, speelde hij in jambands en met zijn schooldiploma op zak, zwierf hij lange tijd rond. Hij liftte naar Alaska, reed op vrachttreinen door Mexico (zijn 21e verjaardag vierde hij in Mérida); woonde op een boot in de San Francisco Bay, optredend in de koffiehuizen van North Beach. Uiteindelijk belandde hij via Phoenix, waar hij in rockbands speelde – in Los Angeles, waar hij diverse grote namen begeleidde als studio-muzikant. Zijn materiaal is ook te horen in de film “My Cousin Vinny” en de TV-serie “Friday Night Lights”.

Het lukte niet om een platendeal rond te krijgen, dus begon hij een aantal solo-albums in eigen beheer uit te brengen. “World Of Trouble” is in één dag live opgenomen: David bespeelt zijn oude Martin gitaar als een lapsteel, met een borrelglaasje als slide. De elektrische sigarendoosgitaar wordt wat traditioneler behandeld. Voeg daarbij een enigszins rauwe, rafelige stem en dat blijkt voldoende om veel indruk te maken – op dezelfde eenvoudige manier als folkblues helden van weleer met hun oude LP’s.

De elf zelfgeschreven, introspectieve liedjes vertellen iets over David’s leven en vormen een treffende biecht. Het gevoelige “Sometimes You Hurt The Ones You Love” is mijn favoriet. Het wrange “My Whole World Has Broken Down” geeft een realistisch beeld van menselijk falen en doet aan Ray Wylie Hubbard denken. Terwijl de voordracht van “The Palace” (“You should see the damage I’ve done”) herinneringen aan David Olney klassiekers oproept, met een gitaar die ook zijn plek op de voorgrond eist. “Ramblin’ Blues” en “Tica Tica” volgen een traditioneler patroon. “Didn’t Mean To Fall In Love” klinkt als recent werk van Chip Taylor. Eerlijk, recht uit het bezwaarde hart, met een laconieke acceptatie van feiten, die we vaker in de blues tegenkomen. (Independent)

Johanna Bodde Auteur