Bill Madden, New Religion

Bill Madden, New ReligionNog niet zolang geleden wees rechtssocioloog Kees Schuyt in De Groene Amsterdam op het belang van verbeeldingskracht. Niet alleen voor kunst en cultuur maar juist ook voor de economie, de politiek, de moraal en het alledaagse sociale leven waar calculisme en denken in termen van economisch rendement (een denken dat Schuyt op zich niet verwerpt) zich ten koste van andere waarden en normen meer en meer manifesteren. Verbeeldingskracht is een morele vaardigheid, zo stelt Schuyt, zij stelt mensen in staat om zich te verplaatsen in anderen. Verbeeldingskracht is een voorwaarde voor empathie. Naar ik aanneem kent Bill Madden Kees Schuyt niet, maar ik durf op basis van het werk van de eerstgenoemde te stellen dat hij het denken van de laatstgenoemde op zijn minst zal waarderen. De uit Costa Mesa, California afkomstige Madden legde nog niet zo lang geleden zijn vinger op de grootste zere plek van de wereld toen hij zich in Dangerous Game van Gone (2006) afvroeg: “How many barrels of /Blood does it take/To fill an SUV/These days.”

Zijn eerste album, dat de intrigerende titel Chillin’ In Hades (1995) draagt, ken ik niet. Het prachtige Samsara’s Grip (2004) wekte hier en daar wat beroering, het was daardoor dat ik ervan hoorde en zo leerde ik Bill Madden en zijn werk kennen. De coverfoto laat een jongetje van een jaar of vijf zes zien dat een spierversterkend werktuig probeert uit te rekken. Op zich niet bijzonder, ware het niet dat zijn penis net door de gulp van zijn (zwem?)broekje te zien is. Schande en ophef, zoals te verwachten viel. Veel te weinig mensen bekommerden zich om de schitterende liedjes op dit album, laat staan dat ze de symboliek van de foto én de ironie van het feit dat deze in tegenstelling tot het nodeloze geweld en onderdrukking dat op Samsara’s Grip nadrukkelijk aan de orde wordt gesteld, wél protest opriep, begrepen. In 2006 verscheen Gone, het beste album van Bill Madden tot nog toe. Billy Mohler stond hem hier gewoontegetrouw bij. Onder de andere muzikanten bevond zich Jimmy Chamberlin, de voormalige Smashing Pumpkins-drummer. Child Of The Same God (2008) bevatte een aantal van Maddens mooiste liedjes ooit (Shine On, Humbled by Grace, Shall be Heard en het ontroerende Bosko and Amira, dat het leven, de liefde en de dood beschrijft van de Moslima en de Serviër die op negentien mei 1993 werden doodgeschoten toen ze probeerden de Vrbanja brug over te steken).

Bill Madden.

Zijn muziek maakt van mijn hart een vuist.
Soms.
Soms wellen tranen in mijn ogen als ik zijn liedjes hoor.

Hoewel hij nog nooit een slechte plaat heeft gemaakt, acht ik zijn muziek van te groot belang om deze aan een louter esthetisch oordeel te onderwerpen. Tenminste, dat hoeft niet achterwege te blijven als de ethiek en de vraag naar het goede leven maar niet onbesproken blijven. “A righteous uprising/For justice, not power/Brings us together/To claim what is ours.” weerklinkt het in What Is Ours, het eerste liedje van New Religion, Maddens nieuwe cd. Hoewel er nog voldoende Sturm und Drang in muziek en presentatie te vinden is, kan worden gesteld dat dit Maddens meest subtiel vormgegeven werk is. De merendeels akoestische gitaren stellen zich bescheiden op terwijl de rest van de – niet spaarzame en niet weelderige – arrangementen met een veelvoud aan elektronica zijn vormgegeven. Francesca, het liedje dat hier volgt, spreekt wat dat betreft boekdelen.

Maddens stem is wat mij betreft an acquired taste. Niet zozeer omdat hij uitzonderlijk goed zingt (al zingt hij zeker goed) maar om hoe hij uitzonderlijk betekenisvol zingt. Er staat iets op het spel. Deze man, ook nauw betrokken bij activist360, ziet bankentuig, wapentuig (machine én mens), ideologietuig, godstuig en corporatietuig hun ploegen onrechtmatig in de akkers van de zwakkeren slaan en daar de aarde omwoelen als was ze louter geschapen om bij te dragen aan het gerief van de hebberige hebberds. Ziet, zoals in Deluge, hoe de overstroomden alles kwijt zijn geraakt. Het kan ons ook overkomen, zoveel is duidelijk. Verbeeldingskracht is inderdaad een morele vaardigheid, getuige het snijdende New Religion: “The white shirts/Arrived today uninvited/Without any shame/They took everything.” Dat Maddens werk evenzeer getuigt van een diepe, spiritueel geënte compassie (met duidelijk Boeddhistische trekken) met de door het lot of medemens geslagen man, vrouw of kind, als van een zuiver rationele, analytische grondslag, geeft zijn prachtige liedjes (want laat ook dit gezegd zijn: Bill Madden schrijft doorgaans goede liedjes) zowel het esthetische als het ethische oordeel kunnen doorstaan.

Is hij te links? Is hij te religieus? Met beide zaken, laat staan met allebei, maak je niet veel vrienden in het Nederland van 2014. En spreken waar bijna alle anderen niet spreken, er is durf voor nodig. Passie, ook. Kees Schuyt wees in het artikel in De Groene Amsterdammer op August Landmesser, de man die op dertien juni 1936 in Hamburg bleef zitten toen de gehele zaal opstond en Hitler toejuichte. “(I was) driving in England/down the Santa Ana Freeway.” De woorden van Terry Scott Taylor zijn hier op zijn plaats. Muzikanten als Bill Madden en platen als New Religion, ze zijn dun gezaaid. Pas als we in een zaal willen opstaan om te zeggen dat het ‘zo niet moet, niet kan en niet wenselijk is’ en de woorden ons in de keel blijven steken, beseffen we dat we deze mensen en hun muziek hard nodig hebben: om als Sisyphus de steen met nieuwe moed de berg op te kunnen rollen.

Wim Boluijt Auteur