The Pines, Dark So Gold

In the morning, I buckle my shoes like a pilgrim And make my way to the highway In the silhouette of silos Cry, cry, crow

De aarzeling. Schoenen aanbinden als ben je een pelgrim. De toon is gezet, maar het is niet duidelijk waar deze vandaan komt. De snaredrum heeft loden schoenen. Een gitaarakkoord waait het hoofd binnen maar het is het koren dat wiegt.

In the distance, all the way from Iowa The city glows like a beating Heart upon a table Cry, cry, crow

Sijpelen, dat doet Dark So Gold van Benson Ramsey en David Huckfelt. Of, als je heel stil zit en goed luistert: kabbelen. Er schuilt een aarzeling in dit derde album van The Pines, een schromen. Niet omdat het de liedjes aan durf ontbreekt. Het is een ontzag dat hieraan ten grondslag ligt. Ontzag voor de tijd. Het is wat Augustinus ‘distentio animi’ noemt, de uitgestrektheid van de tijd die we in onze ziel meten. Dark So Gold handelt over klokken die luiden, zandlopers vol vallende sneeuw, het gerinkel van belletjes waar later een trein overheen zal rijden.

With a broken watch around my wrist I check the time and shake my fist

Het album probeert het land waarin het is ontstaan, het landschap is wellicht een betere omschrijving, te duiden. De taal en gebruiken van de oorspronkelijke bewoners, de ‘native Americans’ spreekt uit de teksten: de dode veren aan een ‘dreamcatcher’ bijvoorbeeld. En als St. Paul van zijn paard valt, komt dat omdat ‘The Great Spirit’ zich over hem verheft. Dark So Gold werd geproduceerd door Bo Ramsey (de vader van Benson) en dat is te horen. Nergens klinkt een liedje of instrumentaal stuk alsof het niet af is. Ook is er geen spoor van haast te bekennen, het is alsof de muziek bewerkstelligt wat de woorden niet vermogen: een moment het stilstaan van de tijd te menen ervaren. Er zijn mensen die de muziek van The Pines vergelijken met die van Daniel Lanois maar dat lijkt me wat vergezocht. De eerder genoemde Bo Ramsey, Bob Dylan (inderdaad, dan wel geproduceerd door Daniel Lanois) en misschien ook Tony Joe White lijken meer op zijn plaats. En als die laatste in het rijtje past, dan moet ook Mark Knopfler worden genoemd.

Gitaren zo doordringend te laten klinken zonder dat ze op de voorgrond treden, er zijn er niet veel die dat kunnen. Dark So Gold, wat waait het hoofd binnen en doet alles wiegen?

Wim Boluijt Author