|
Janey Todd uit New Jersey heeft met Rusty Water (in Amerika al in 2006) een intrigerend neo - folk album afgeleverd. Singer-songwriters uit die omgeving lijken daar patent op te hebben. Hoewel niet meer de jongste, is deze plaat haar debuut en ze scoort er onmiddellijk mee. In haar teksten figureren (prettig) gestoorden, waarmee ze van alles en nog wat heeft gedeeld en beleefd op het relationele vlak en die ze - zo valt op - diepgaand heeft geanalyseerd. Sarcasme is door dit alles haar deel geworden, maar ze lardeert dat met genoeg humor en misschien wel het belangrijkste, ze is eerlijk in haar persoonlijke bespiegelingen. Muzikaal is er ook zat te beleven door de mix van rock, blues, pop en flink wat folk. Op het eerste gehoor komen haar liedjes wat intellectueel over, maar dat verdwijnt snel, naarmate je wat meer tot de elf liedjes bent doorgedrongen en de stemmen van Patti Smith en Lucinda Williams steeds vaker als referentiepunten te binnen schieten. De grote diversiteit waarmee ze te werk gaat, levert stevige poprockers op zoals ‘Everybody’s Right’en ‘Alcatraz’, of de swingende twang van ‘Mighta Coulda Had’ en de mysterieuze sfeer van de semi - ballades ‘How Much’ en ‘The Man Downstairs’, waarmee Rusty Water begint en - als bonustrack - eindigt als indrukwekkende naakte versie. Janey Todd heeft zeker een aparte, maar boeiende plaat gemaakt die steeds uitdaagt tot herhaald draaien. En op den duur blijk je die vaak het meest te koesteren (Huub Thomassen)
|