December 2007

Stephen Fearing, Yellowjacket (True North)

Canadees Stephen Fearing is een zanger en liedjesschrijver die in zijn eigen land als soloartiest en als bandlid van de daar ook zéér populaire Blackie And The Rodeo Kings (met Tom Wilson en Colin Linden in de gelederen), hooglijk gewaardeerd wordt. Een viertal nominaties voor de Canadese Grammy- pendant JUNO, vielen hem al ten deel. Daarbuiten valt hem nauwelijks erkenning toe, ondanks zijn intussen bijna 20 jarige carrière en tig albums. De moeite die ik tot dusver heb gehad met Fearing, is dat zijn op folk geënte songs stilistisch nogal uiteenlopen en geregeld door overvloedige strijkers te bombastisch uitpakken. Daarnaast is zijn Engels klinkende stem nogal eens te zoetig van toon. Anders gezegd: te veel sentiment, te weinig emotie en dat mag in de regel geen sterkte bod heten. Ik moet zeggen dat op Yellowjacket, zijn zevende soloalbum, het zwijmelgehalte wel meevalt ook al is deze valkuil nog niet helemaal dichtgegooid. De introverte bard, die jarenlang een teruggetrokken leven leidde in Britsh Columbia en nu in Ontario woont, schrijft wel fraai beeldende teksten. Zo opent het album met de titeltrack, dat een aansporing inhoudt om altijd je hart te volgen. Of het energievretende dilemma dat ontstaat, wanneer je zowel met de muziek als met je partner bent getrouwd, in ‘The Man Who Married Music’. En natuurlijk over de (on) macht in de liefde in One Flat Tire, waarin hij zingt: ‘When I Can’t Be Near You, I Pull Myself Apart; When I Can’t Get Trough To You It’s Like A Hole In My Heart’. Whoville is het instrumentaaltje dat (bijna) nooit op zijn platen ontbreekt, maar altijd overbodig is. Fearing kon ook dit keer weer rekenen op steun van een hele stoet gastmuzikanten, waaronder zijn maatje Colin Linden. Hoe het ook zij met mijn ambivalentie jegens hem, Yellowjacket is in vergelijking met het laatste album wat ik van hem hoorde, That’s How I Walk uit 2004, een stuk beter te pruimen. (Huub Thomassen)

12-16
Next
Up
Previous