DECEMBER 2011

Joe West, Aberdeen S.D.  (Stocktank Records)

Het was in 2005 dat ik met Bert van Kessel en Jos van den Boom  op weg ging naar Blue Highways. Misschien kent u ze wel, deze vrienden van de muziek. Van Crossroads, het vermaarde radioprogramma van de BRTO (http://members.home.nl/crossroadsradio/). Of van de concerten die ze in Bergen op Zoom en Dordrecht organiseren. De auto raast over het asfalt naar Utrecht en wij praten over muziek. Ik luister op dat moment al een week of wat naar The Human Cannonball (2005) van Joe West, een album dat mij met ambivalentie vervult. Bert draait zich half in zijn stoel om en zegt dat hij dat niet helemaal begrijpt. Wat nou ambivalentie, The Human Cannonball is toch gewoon een mooie cd?! Ik leg hem uit dat ik liedjes als The Combines Are Coming en Cowboy Hall Of Fame, ondanks de wat omineuze titels en teksten, inderdaad fraai vind, maar dat zogenaamd grappig liedjes als Anita Pita (Anita Pita got a vacuum cleaner and she’s driving around) mij storen.

Mijn gedachten gingen terug naar dit gesprek toen ik kortgeleden “Aberdeen, S.O.” van Joe West beluisterde. In mijn archief – een mooi woord voor een stapel dozen met daarin de cd’s met de status van getolereerde ongewenstheid – trof ik The Human Cannoball aan. Opnieuw. Een paar keer luisteren bevestigde het gelijk van Bert. De goed uitgevoerde ingenieuze, neo-klassieke country en folk van Joe West is naast fraai ook uniek. Zo blijken de liedjes van West feitelijk van grote klasse te zijn en ingenieuze arrangementen (de trompet in Straight Man In A Gay World) te koppelen aan opmerkelijke teksten die zowel over Leon Trotsky als over Billy The Kid en Billy Jean King gaan.

Na deze rehabilitatie in beperkte kring is het tijd voor het eerder genoemde “Aberdeen, S.O.” Als u na het voorafgaande nieuwsgierig naar Joe West bent geworden, raad ik u aan eerst naar The Human Cannonball op zoek te gaan, want op dit nieuwe album waagt Joe West zich aan een aantal even opmerkelijke als boeiende experimenten. Zo is “Aberdeen, S.O.”, dat over West’s jeugdherinneringen van precies dat deel van de stad gaat, analoog opgenomen op vier sporen, met oude instrumenten. Anders dan de mimicry die T Bone Burnett met John Mellencamp’s No Better Than This voor ogen had, gaat het West meer om het eigentijds vormgeven van de door het verleden opgeroepen gedachten. West gebruikt hier en daar zeer merkwaardige samples, bijvoorbeeld over ‘Lutheranen die christenen van Duitse afkomst zijn’. Ook nu weer zijn de liedjes zeer opmerkelijk. Zoals het wat merkwaardige Johnny’s Not Here dat over een bar gaat die niet meer hetzelfde is sinds Johnny er niet meer komt. Wie deze Johnny is? We komen het niet te weten. De muziek van West is op dit album veel minder eenvoudig te duiden dan de muziek op The Human Cannonball. Je hoort iets van Terry Allen. Maar ook Tom Waits (Keg Party At The Muldoon Farm) kan als invloed worden genoemd. Verder heeft West de vertrouwde structuren van country opengebroken met (een vleugje) jazz. En neem nu een koortje als dat van Little Louise, over dat golvende synthesizerpatroon, zo ijl, zo mooi.

Aldus is een album ontstaan dat, net als het andere werk van de man uit Sante Fe, New Mexico, veel meer in zich heeft dan zich op het eerste gehoor laat raden. Dat Bert gelijk had, staat nu wel vast. Dat dit “Aberdeen, S.O.” een opmerkelijk album is ook. Waar hoor je nu een vertelling over een man die wordt rondgeleid in een winkel waar oude keyboards en elpees (‘Rush, Fly By Night’) worden verkocht? Deze man, zo blijkt uit de titel, wordt Keeper Of The Light genoemd omdat hij, zo blijkt verderop in het liedje wordt vergeleken met iemand die prachtige oude spullen, anders dan hij, altijd kwijt raakt. Veelzeggend, toch?! (Wim Boluijt)

12-22
Next
Up
Previous