|
Zag Ian Siegal een paar jaar geleden voor het eerst als soloartiest. De Britse blueszanger en gitarist maakte diepe indruk op mij. Klinkt misschien gek, maar heb hem daarna nooit met een band aan het werk gezien. De studio albums, die hij met band opnam, gingen echter erin als zoete koek, wat een debuutalbum “Standing In The Morning” maakte die kerel zeg. Toch is het beeld van dat ene akoestische optreden altijd bijgebleven. Siegal’s nieuwe CD The Dust projecteert die beelden in geluidsvorm. Net terugkomend uit het noordelijke deel van de Mississippi Delta tref op deze plaat precies dat aan wat ginds dreigt uit te sterven. De fraaie akoestische blues roots maakt veel in je los en staat nagenoeg helemaal in z’n blote kont. Volkomen in zijn doen, met alleen zijn gitaar en zijn messcherpe krachtige en gruizige stem, kraakt hij harde noten. Zo klinkt de cover ‘Cocaine Cannot Kill My Pain’ donkerder dan Steve Earle ooit voor ogen had. Siegal is ook een pur sang storyteller, ‘Between The Stirrup And The Ground’ en het live opgenomen ‘Brand New High Sheriff’ laten daar absoluut geen onduidelijkheid over bestaan. “Afgesloten” wordt er met ‘Dirt Road, Call Me the Wolf’. De ode aan Chester Arthur Burnett, aka Howlin' Wolf zet diens geboortegebied The Pines (West Point, Clay County, Mississippi) weer helemaal op de kaart. Wie nog even blijft nadromen komt tot de ontdekking dat er nog een hidden track op staat. Kan er niet de vinger achter krijgen hoe het liedje heet, maar erg fraai is het wel. Ian Siegal luisterde naar zijn fans, waar komen we dit nog tegen? Naar ik vermoed zal deze plaat, in tegenstelling tot de titel, geen stof doen opwaaien. The Dust is echt een plaat voor trouwe volgers en akoestische bluesliefhebbers, niets meer en niet minder. Voor mij is het een sierstuk met warme herinneringen. (Jan Janssen)
|