Oktober 2007

Tom Gillam, Never Look Back (Blue Rose Records)

Hoewel Tom Gillam’s derde CD “Shake My Hand” uit 2004 in Amerika alom gelauwerd werd en hij daar met zijn band Trackor Pull in een sneltreinvaartje de Amerikaanse Americana Radio Charts besteeg, bleef het, wat mij betreft, maar erg rustig in Europa rondom deze in hart en nieren Southern rocker. Ook Nederland liet, ondanks de positieve geluiden in het Real Roots Cafe, de in South Jersey getogen songwriter links liggen. Wij riepen toen al “Tom Gillam is er helemaal klaar voor om Europa te trakteren op een knallende southern Roots rock live show”, zoals wij die al genoten hadden in the Bitter End in New York City. Gelukkig dook Gillam, in 2005, ineens op als gitarist in The Joseph Parsons Squad. Op het Take Root festival maakte Gillam daar niet alleen zijn Europees live debuut, met zijn Gretsch en bottelneck slide gitaarspel, maar hij maakte ook weer diepe indruk op mij. Soms wat prominent aanwezig, toch altijd iets toevoegend en in dienst van gaf hij daar zijn visitekaartje af dat trouwens even later ook zou doorklinken bij onze oosterburen.

Het Duitse label Blue Rose Records strikte Gillam & Tracktor Pull en komt nu met Gillam’s vierde studioalbum “Never Look Back”. De titel refereert overduidelijk naar de bijna doodervaring die Gillam in maart 2006 meemaakte. “Ik ben door een hel gegaan. I zag het licht en had er al vrede mee maar onze lieve heer vond dat ik nog niet klaar was en stuurde mij terug” laat Gillam nu heel nuchter weten op zijn website. Gillam overleefde maarliefst drie hartaanvallen waarvan twee terwijl ze hem aan het opereren waren. Genoeg emotionele materiaal om over te schrijven dus. Toch klinkt “Never Look Back” alles behalve somber en aangeslagen. In tegendeel zelfs Gillam rockt als nooit te voren. De CD ligt weliswaar muzikaal in het verlengde van het pronkstuk “Shake My Hand” maar kijkt tekstueel glashelder veel meer diepte in. Het is een zeer onderhoudende plaat geworden, gedragen door een prima band. De gitaartandem Graig Simon en Gillam (slide) doen soms het Lynyrd Skynyrd geluid verbleken. Gillam’s buddy Joe Carroll produceerde en mixte niet alleen dit hoogstaand eigentijds roots rock meesterwerkje maar speelt en zingt ook een verdienstelijk deuntje mee. Achter de drumkit is broertje Mike Gillam vervangen door Dave Latimer. Samen met Tim McMaster vormen ze de strakke rhythm sectie van Tracktor Pull. De nummers swingen zorgeloos aan mij voorbij. De toon van de CD wordt in de eerste vier nummers gezet. De stevige dampende Americana rock word heel aangenaam bij de zoektocht naar Bobby Gentry (track vijf dus) tot stilstand gebracht. Gillam liet zich inspireren toen hij haar debuut LP “Ode To Billie Joe” (1967) in een tweedehandse platenzaak onder de arm sloeg. Rainbow Girl en I Ain’t Waiting, dat hij samen schreef met Nini Camps, zijn, wat mij betreft, echte radiodeuntjes. We horen daar overigens ook schitterend backing vocal werk van Joseph Parsons en Ben Arnold. Achter gitarist Graig Simon schuilt volgens mijn een prima singer-songwriter. Hij schreef niet alleen de titeltrack maar ook het wonderschone humeurige To Hell With It All. Dit laatste moeten we maar niet al te letterlijk nemen want Gillam leeft nu gezonder dan ooit. Hij dank God op de knieën dat hij deze tweede kans kreeg. “heel eerlijk, ik zou dit blijven doen al zou niemand naar mijn muziek luisteren, het is gewoon wat ik wil doen”, zegt Gillam daar nu over. Misschien heb ik een paar jaar geleden voor mijn beurt of te vroeg geroepen. Desalniettemin het tij lijkt in Europa voor Tom Gillam & Tracktor Pull te keren. Gelukkig maar wat deze sympathieke gast verdient het dubbel en dwars. (Jan Janssen)

10-02
Next
Up
Previous