|
De debuutplaat van Sam Baker ‘Mercy’ was in 2005 voor degene die de singer/songwriter een warm hart toedraagt, een grote verrassing. Een magnifiek aantal levensechte liedjes, sober maar krachtig op muziek gezet, prachtig vertolkt door diens schraperige doorleefde stem en weifelende manier van zingen. Het aantal van 12 songs op opvolger ‘Pretty World’ is, wat mij betreft, nog hoger in te schalen dan ‘Mercy’. Weliswaar van hetzelfde niveau als op ‘Mercy’ zijn de sublieme schilderingen van de vele kleurrijke personages en situaties uit zijn (bereisde) wereld. Maar nu bezitten de melodieën nog mooiere wendingen en hebben de arrangementen een grotere inventiviteit. Allemaal dankzij het uitgekiende maar o zo sensitieve gebruik van een groot instrumentenarsenaal met harmonica, pedal steel, akoestische/ elektrische bas, viool, mandoline, elektrische gitaar, accordeon, pumporgel en (spaarzame) drums en door het subtiele spel van zijn zeskoppige band. Ook de hulp van klasbakken gastmuzikanten onder wie Lloyd Maines, Fats Kaplan en Gurf Morlix droegen daar aan bij. Pretty World is een verzameling hoogstaande muzikale portretjes. Daarom geen uitschieters, maar toch verdienen er een paar liedjes extra aandacht. In Orphan wordt de refreintekst van traditional ‘Swing Low Sweet Chariot’ met veel gevoel ingepast, vormt Stephen Foster’s ‘Hard Times Come Again No More’ de geweldige opmaat van Odessa en is het gebruik van ‘Jacobs ladder’, nog zo’n mooie traditional, in Slots onovertroffen door de bezielde manier waarop dat samen wordt gezongen. Om maar helemaal stil te vallen van de schoonheid van het titelnummer, dat ook nog eens – in een andere hoedanigheid - het weergaloze slotakkoord blijkt. Over een prachtplaat als deze, valt elk woord te mager uit. Zwijg en luister naar deze nieuwe standaardplaat in het rustige folk genre. (Huub Thomassen)
|