|
Net even ten zuiden van het roemruchte stadje Clarksdale slaapt, in Sunflower County, in de Mississippi Delta, het kleine plaatsje Drew. Het gerucht gaat dat Drew, ergens rond 1920, de thuisbasis geweest moet zijn van ondermeer blues legendes als Charley Patton, Tommy Johnson en Willie Brown. Daar op de Webb Jennings plantage knutselde en jatte het drietal muzikale ideeën van hun toenmalige idolen. Niets mis mee want vooral Patton’s meest bekende liedje “Pony Blues” dwingt nog steeds veel respect af in het actieve bluescircuit. In datzelfde geeuwende plaatsje Drew zag, om precies te zijn op 4 November 1943, ene Boo Boo Davis het levenslicht. Davis volgt de geest in zijn dromen, die hijzelf “Dave” noemt. Deze pensioengerechtigde bluesman kent de klappen van de zweep en overleeft en beleeft het moderne bleus wereldje van dag tot dag. Gek genoeg lijkt hij de herfst van zijn carrière voornamelijk door te brengen in de EU. Sterker nog, zijn laatste vier albums werden voor een groot deel met Nederlandse muzikanten en producenten opgenomen. De namen van o.a. Roel en Erik Spanjers respectievelijk op toetsen en drums, Jasper Mortier (Boyd Small) en Jan Mittendorp op gitaar duiken regelmatig op.
Het ontstaan van Boo Boo Davis nieuwe album ‘Name Of The Game’ is een gevolg van een samenwerkingsverband dat plaatsvond in het voorjaar van 2008. Samen met Mittendorp en medeoprichter van de Marcel Scherpenzeel Band, drummer John Gerritse trok het trio door ons land. De kale rake blues rock werd door het publiek zeer gewaardeerd en zetelt nu uitermate geruststellend op ‘Name Of The Game’. De dertien tracks zijn stuk voor stuk juweeltjes die aantonen dat de blues absoluut “alive and kicking” is. Zeker het aan blues trance snuffelende ‘Who Stole The Booty’ en het daarop volgende zeer fraai soulvol uitgevoerde ‘Why You Wanna Do It’ trekken de aandacht. Otis Taylor fans zullen gniffelen van genot. Hoewel men de basgitaar achterwegen heeft gelaten hoor je hem toch. Davis legt dit uit in de inlay “John created a great drum kit (100% Radio King with real skin heads) around his 60+ years old 28 inch bass drum and Jan Mittendorp bought a baritone guitar and put very heavy strings on his regular guitar.” Heb er niet zoveel verstand van, maar als dan ‘I’m So Tired’ en ‘Hot Foot’ komen langs marcheren valt het kwartje. Dit alles maakt ‘Name Of The Game’ tot een buitengewoon futuristische lekker swingende bluesplaat die iets toevoegt aan het oer oude genre. Wat deze nuchtere Hollander betreft, verdient Boo Boo Davis, naast “The Father of Delta Blues”, Patton, Johnson en Brown natuurlijk, nu al een Mississippi Blues Marker. Hopelijk krijgen ze dat ook in Amerika tussen de oren. (Jan Janssen)
|