|
Zo nu en dan krijg je een album in de schoot geworpen, dat ogenblikkelijk betovert. Direct draai je het daarom opnieuw. En nog eens en nog eens, net zolang tot de plaat je helemaal te pakken heeft genomen. Dat nu gebeurt je gegarandeerd met Medicine Man van Dan Janisch uit Californië. Zeker zeven van de negen softe folkrock liedjes zijn van een oorverblindende schoonheid. Zulke fraaie kleine liedjes, voorzien van prachtige warme (bijna) akoestische klanken, waaruit zoveel intense gevoelens spreken. En dan die stem van hem. Een gevoelige, hese, met braampjes behepte tenor, die kleuring geeft aan zijn verschillende stemmingen, al is de grondstemming vooral donker. Een van melancholie doortrokken album is het, dat je soms doet krimpen van genot, omdat het geen moment deprimerend wordt. Daarvoor bezitten de melodierijke, haast filmische liedjes over zijn persoonlijke (liefdes) ervaringen te veel ironie. Uitzondering hierop is misschien het adembenemende nummer The Strongest Man (that ever lived) waarin een man zijn gevecht met te hoge zelfopgelegde verwachtingen uiteindelijk beslecht, door zichzelf van 4 hoog naar beneden te kieperen. Tragisch, maar zo’n prachtig liedje. Dan Janisch heeft alles zelf geschreven, ingespeeld en gearrangeerd. Je hoort een breed scala aan instrumenten, die gedoseerd en kraakhelder in het totale geluidsbeeld zijn terechtgekomen. Akoestische en elektrische (slide) gitaren, piano, banjo, glockenspiel, mondharmonica en (veeg) drums. Zelfs een melodica laat hij mooi jodelen, terwijl ik toch tegen jodelen ben. Droomdebuut dat het verdient op menig jaarlijstje teruggezien te worden. (Huub Thomassen)
|