|
In Las Vegas, waar Mark Huff opgroeide, was hij als muzikant een locale bekendheid met een trouwe schare aanhangers. Die zagen hem geregeld optreden in het voorprogramma van landelijke grootheden die het gokdomein bezochten, zoals bijvoorbeeld Chris Isaak, Al Green of The Smithereens. Door de ambitie zijn horizon te verleggen, toerde hij zich een slag in de rondte in het Westen van Amerika en bracht hij ook nog twee nooit opgemerkte albums ‘Skeleton Faith’ in 1998 en ‘Clean’in 2001, uit. Het mocht allemaal niet baten, zodat zijn carrière een vastloper dreigde te worden. Om die dreiging af te wenden, nam hij de gok te verhuizen naar Nashville. Tijdens de vele optredens in dat circuit stootte hij op Allison Moorer. Die wilde hem wel een handje helpen, door hem op sleeptouw te nemen gedurende haar drie opeenvolgende US tours als support act. Moorer en nog sterker haar gitarist Adam Landry, waren toen in de ban geraakt van Huff’s entertainende, melodieuze gitaarrock met countrysnuf en die ervaring was aanleiding om in 2006 gezamenlijk aan de opnames van ‘Gravity’ te werken. Nu pas onder mijn aandacht gekomen, blijkt de actieve rol van Moorer op dit derde album beperkt tot aardige mopjes achtergrondvocalen, terwijl Landry als gitarist, co – auteur van twee songs en als producer een groot aandeel voor zijn rekening neemt. De ‘ons kent ons’ inteeltfactor van Nashville zorgde ervoor dat ook de ouwe getrouwe ruwe bolster Dan Baird in de studio verscheen als bassist, om daarnaast nog een plukje gitaar, wat pomporgel en bijzang bij te dragen. Uit de band van Ryan Adams werd Brad Pemberton op drums opgetrommeld. Niet de eersten de besten natuurlijk, maar pakt met al die steun de Nashville – gok van Mark Huff goed uit? Je weet het nooit, maar de kans is niet erg groot. Want het merendeel van zijn elftal liedjes is lekker stuwend, er komt op tijd een mooie ballade voorbij en is het warme, krokante gitaargeluid van Landry en zijn heldere albumproductie gewoon prachtig. Het kritieke punt is dat hij niks toevoegt aan de stijl, waar met name Tom Petty al decennia lang het patent op heeft. Aan die stijl valt trouwens ook niks meer toe te voegen. Sterker, die is door hemzelf al te vergaand uitgebeend. Huff’s liefdesliedjes (vol sentimentele teksten) op Gravity zijn niettemin heel goed te pruimen rockclichés. Maar ook goede surrogaat blijft surrogaat. (Huub Thomassen)
|