|
Met Orchid is de singer-songwriter K. C. Clifford uit Oklahoma City aan haar vierde independent album toe. Voor mij was zij een onbekende naam tot afgelopen maart, hetgeen als zo vaak onbegrijpelijk is gezien de kwaliteit van het gebodene. K. C. maakt al sinds haar zeer vroege jeugd deel uit van de muziek scene - ze zong al voor een publiek toen ze nog maar twee jaar oud was en schreef haar eerste liedje op haar zevende.
Vanaf haar achtste levensjaar was ze ziek, pas op haar 20e werd boulimia gediagnosticeerd. Daardoor lag ze in haar eerste jaar aan de Universiteit (opera) voornamelijk in het ziekenhuis. Na een langdurige herstelperiode verkaste ze naar een universiteit in Nashville waar ze een muziekstudie (vocal performance) afrondde. Daar vond ze haar liefde voor folk muziek. Haar eerste CD verscheen in 2000 en werd goed ontvangen. Op dit vierde album staan tien eigen liedjes van een serene schoonheid, waarbij één nummer is opgeleukt met een citaat uit de rijke rootsgeschiedenis (een stukje ‘I’ll fly away’ in de gevoelige ballad ‘Blue Bonnets’). K.C.’s stem is prachtig, een mooie heldere stem met incidenteel een country-snik, de begeleiding is subtiel en passend en leuk gevarieerd. Prachtige strijkarrangementen in een paar nummers, een lekker orgel in een ander nummer. Een dulcimer maakt zijn opwachting, dan weer een vibrafoon of een dobro. Er zijn twee nummers met een duidelijk ander ritme, waarbij met name ‘Redman’, dat - gezien de titel niet onverwacht - aandacht vraagt voor het lot van de oorspronkelijke bewoners van de USA, opvalt. ‘Orchid’ doet zijn naam eer aan: een CD van onverwachte schoonheid, een orchidee tussen de vele ‘gewone’ bloemen. (Fred Schmale)
|